Antoon Wissing werd op 22 februari 1927 geboren in Zeddam, een schilderachtig dorpje in Montferland. Na één jaar Mulo stapte hij over naar het seminarie van de Capucijnen in Doetinchem. De oorlogsperiode bracht hem via Enschede naar Zevenbergen en na de invasie op 6 juni 1944 keerde hij huiswaarts. Na de bevrijding ging hij niet terug naar het seminarie, maar kwam terecht in een drogisterij in Culemborg. 

Het verlangen om priester te worden bleef echter en na het plotselinge overlijden van zijn vader, besloot hij alsnog aan deze roeping gehoor te geven. ,,Ik wilde niet de missie in, maar het pastoraat,” wist Wissing altijd al. Op 10 juli 1966 werd hij tot priester gewijd door kardinaal Alfrink, wat Wissing als een grote eer heeft ervaren. Vervolgens begon hij als kapelaan in Vleuten, vanaf 1970 werkte hij twee jaar als pastoor in de Arnhemse wijk Presikhaaf. In 1972 solliciteerde hij in Oosterbeek. Bijna 23 jaar was hij pastoor van de St. Bernulphusparochie in Oosterbeek.

Voor veel zaken in onze parochie nam hij het initiatief of was hij een van de initiatiefnemers. Zo werd het in de kerk aanwezige hoofdaltaar (van Mengelberg) gerestaureerd en vond ook de restauratie van het Bernulphusvaandel in Kevelaer plaats. Ook het kerkgebouw onderging een grondige restauratie waarvoor de actie ‘De Bernulphus uit de steigers’ op touw werd gezet. De bij de kerk behorende pastorie werd grondig verbouwd. Daarbij werd ruimte gemaakt voor huisvesting van het Trefcentrum. In de kerk zelf kwam de zeer fraaie Tituskapel (‘Soms groeien mensen uit tot wie zij ten diepste zijn’), de Mariakapel en de Dagkapel.

Om de contacten met en tussen de parochianen te verbeteren en te intensiveren werd mede door zijn toedoen in het voorjaar van 1977 het parochieblad ‘Bernulphus Tussentijds’ opgericht. Het blad vormt nu na bijna negenendertig jaar nog steeds een onmisbare schakel in de communicatie binnen onze geloofsgemeenschap.

Moge hij rusten in vrede.

 

Foto: Berry de Reus