Bernulphus Oosterbeek

Onderdeel van de Z. Titus Brandsma parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Overwegingen Kerstavond 2011, 23.30 uur

Kerstavond 2011, 23.30 uur

E-mailadres Afdrukken

Eucharistieviering met muzikale medewerking van het Bernulphuskoor olv Ed Sanders,

Voorganger: Pastor Max v.d. Wiel, pr

Lector: Gerard Waardijk 

Organist: Frank Delnoy                                                                                                                        

Preek Nachtmis Kerstmis Jaar B, op 24 december 2011 in de Parochie Z. Titus Brandsma (Bernulphus) te Oosterbeek

Lezingen: Jesaja 9, 1-3.5-6; Titus 2, 11-14; Lucas 2, 1-14.

Kerstmis, mooie en gezellige dagen. De hele stad is omgetoverd in een kerstsfeer. De winkels zijn versierd met Kerstmannetjes, kerstballen, en natuurlijk veel dennengroen. Overal waar je komt hoor je bekende kerstliederen. Op straat spelen bandjes bekende kerstdeuntjes, en de cd-winkels liggen vol met kerstcd’s van menig bekende artiesten. Ook de woonwijken zijn in verschillende kerstcreaties veranderd: boompjes en struiken worden behangen met priksnoertjes, kunstsneeuw op de ramen, kerstbomen in de woonkamers, en natuurlijk niet te vergeten de driehoekjes met lampjes achter de ramen.


Meestal staat onder de kerstboom ook een kerststalletje, met een Jozef, Maria, een kindje Jezus, en niet te vergeten, de herders. Ook zijn de drie koningen present, die als kraampresentjes: goud, wierook, en mirre meebrengen. Soms hangt er ook een engel bij, die lijkt te zeggen: “Vrees niet, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap. Heden is u een redder geboren: Christus onze Heer, in Bethlehem, de stad van David.


Een zeer idyllisch, ontroerend, haast romantisch tafereel. Een plaatje welke, door de actualiteit van vandaag, haast doorboord lijkt te worden.


In Syrië gaat de strijd tussen het regime van president Bashar al-Assad en de oppositie gewoon door. In Irak zijn de spanningen tussen de Soennieten en de Sjiieten in de regering hoog opgelopen. De internationale gemeenschap maakt zich grote zorgen over de gevolgen van de dood van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il. Of misschien wat dichter bij huis, hier in Nederland. Zo is onlangs het eindrapport van de Commissie Deetman gepresenteerd, met schokkende feiten over het sexueel misbruik in de Katholieke Kerk. Zitten we midden in een eurocrisis, en moet er hier en daar drastisch bezuinigd worden. Niet echt om vrolijk van te worden. Het lijkt wel alsof alles om ons heen, figuurlijk gesproken, duister is geworden.


Maar, “het volk dat in het donker wandelt”, hoorden we zojuist in de 1e lezing, “ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis.


In de tijd van de profeet Jesaja, waaruit de 1e lezing genomen is, wordt het land van koning David lang na diens dood bedreigd door de volkeren er omheen. De ene opvolger van David probeerde een alliantie te vormen met het ene buurvolk, en een volgende opvolger probeerde het weer met een ander, wat het land tot een speelbal maakte in de handen van omringende landen.


De hoop op een opvolger die alleen op God zou vertrouwen is een belangrijk thema voor Jesaja. Het gevoel van duisternis dat de dreiging met zich meebrengt, is voor de profeet aanleiding om de verwachting van licht uit te spreken. Een helder licht voor het ronddolende volk, een vreugde en gejuich in plaats van de onderdrukking van een te hulp geroepen buurvorst. Jesaja hoopt dan ook op een kind, een zoon, gegeven door God, een waardige opvolger van David, met titels een koning waardig: wonder van beleid, goddelijke held, vader voor eeuwig, vredevorst.


Eer aan God in den hoge”, zongen de engelen bij de herders, “en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.


Ook in de evangelielezing horen wij over de geboorte van een kind. “Heden is u een redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David.


In een tijd van onrust, onzekerheid, en Romeinse bezetting, krijgen de herders van de engelen te horen dat een kind is geboren, de Zoon van God. Gewikkeld in doeken, en gelegen in een voerbak. De duisternis over hun bestaan zal verdwijnen, want een groot licht is opgestaan. Een kind is geboren, die het duister in hun leven zal verdrijven. Niet alleen bij hen, maar bij allen die Hij liefheeft. Dat wil zeggen, bij mensen die in hun dagelijks leven vrede, recht en gerechtigheid tot stand proberen te brengen. “Eer aan God in den hoge, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.


Kerstmis. Elk jaar vieren wij Kerstmis. En elk jaar horen wij de hoopgevende en vreugdevolle woorden: “heden is u een redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David.” Ook anno 2011 mogen deze woorden actueel en hoopgevend zijn. Niet dat vandaag allerlei engelen gaan verschijnen aan herders of bedoeïenen bij Bethlehem, maar wel dat wij ons uitgenodigd mogen weten om voor anderen een lichtpunt te zijn, een thuis: voor mensen in onze omgeving die in nood verkeren, voor mensen die op de één of andere manier onze hulp nodig hebben.


Deze woorden klinken inderdaad hoopgevend en vreugdevol. Maar, wanneer het geen handen en voeten krijgt in het leven van elke dag, geen vlees en bloed wordt in het doen en laten van mensen, wat heeft het dan voor ’n zin? Waar was het dan goed voor?


Augustinus, een bisschop uit de 4e – 5e eeuw, heeft in dit verband eens gezegd: “als Christus duizendmaal geboren zou zijn in een stal te Bethlehem, maar niet in ons hart, dan was zijn geboorte waardeloos.” Amen.

 

Nijmegen, 24 december 2011.

Max. G.L. van de Wiel, pr.

 


Max. G.L. van de Wiel, pr.