Vijfde zondag door het jaar, 5 februari 2012, Wo-Co-viering met muzikale medewerking van het Ned. koor olv Frank Delnoy Gezocht en Gezien
Voorganger: Pastor Jan Olimulder Lector: Marijke Wasser Orgel: Dick van der Meer Fluit: Marie-Antoinette van der Kracht
Inleidend woord
Soms loopt het leven als een trein, zit alles mee.
Ons enthousiasme en vitaliteit stuwen ons voort.
Maar plotseling kan het ook anders worden:
Een ongeval, een baan opgezegd,
Een zware ziekte in de familie, zorgen om de kinderen,
Een relatie op de klippen.
Grote zorgen in tijden van crisis.
Dan wordt het leven ineens ploeteren en zwoegen
Is de glans verdwenen.
Zo iets herkennen we heel sterk in de eerste lezing
waar Job aan het woord is.
Het leven lachte hem toe, maar nu is alles weg,
en waar ben je dan met je vertrouwen en geloof?
Met deze vragen komen we ook in aanraking in het evangelie:
Een stoet van zwaar getroffen mensen
Die in duisternis gehuld zijn, komt langs de deur van Jezus.
En er gebeuren wonderlijke dingen en krachten,
Maar dat is nog maar een klein begin.
De kunst is om het kleine te laten groeien
En daar is vertrouwen voor nodig.
Bezinnen wij ons op ons leven, ons vertrouwen, onze hoop:
Wat doet het met ons, waar laat het ons in de steek?
…..
Overweging
De dag van Kafarnahum, zo heet het tekstgedeelte van Marcus waar we deze zondagen uit putten.
De auteur heeft er een aantal verhalen bijeengebracht aan het begin van zijn evangelie, die een sterk beeld oproepen van de kracht die uitgaat van Jezus.
Afgelopen zondag hoorden wij over een uitdrijving van een demonische kracht en die handeling onderstreepte zijn boodschap.
De mensen in de synagoge spraken –daarvoor en daarna- over een leer met gezag, heel anders….
De korte verhaaltjes daarna gaan vandaag op deze lijn door.
Marcus zet Jezus er in al zijn helende en overtuigende kracht neer;
hij roept daarmee eigenlijk al het beeld op van de opgestane Heer.
Dat Hij de dood heeft overwonnen, toont hij in het laten opstaan van zieken en bezetenen, hij overwint in hen de dood.
Wij mogen die verrijzeniskwaliteit nu al gewaarworden.
De mensen van zijn tijd nog niet, zij kunnen het ook niet zien, want zij moeten eerst de hele weg meegaan en volgen, tot in de dood, en dan kun je het pas goed zien.
Ja een enkeling ziet het al, maar die mag er niet over spreken van hem, dat is nu nog voorbarig…de demon of de onreine geest ontmoet er de grote tegenkracht waar hij niet tegen is opgewassen en vermoedt daarin zijn meerdere.
De drie kleine passages van vandaag passen in het beeld, ze volgen ook het ritme van de dag, het etmaal, achtereenvolgens dag, avond en morgen. “Het werd avond en morgen…” waar doet dit aan denken?
Na de bijeenkomst in de synagoge, gaat Jezus de stad in, onder de mensen.
Wat in de beslotenheid van de kerkdienst is gehoord en gezien, krijgt nu vervolg buiten tot aan de binnenkant in huis toe.
Het is goed dat het daar begint, maar het moet niet blijven binnen de kerkmuren, het moet verder, de straat op en de huizen binnen, totdat het verankerd kan worden in het hart van de mensen.
Er is ook nog een andere beweging: het woord raakt de vrouw des huizes, de schoonmoeder van Petrus.
Zij kan geen gastvrouw zijn, zij is ziek.
Maar Jezus woord en aanraking zetten haar overeind, doen haar opstaan.
Ook dat is weer een woord met verrijzeniskwaliteit: opstaan uit verlamming en doodsigheid.
En gelijk begint zij te dienen: het woord dat er in het Grieks staat, gebruiken wij ook: diaconie, hulp bieden, zorg dragen
Zozeer dat het een functie van ons allemaal is, van onze kerk.
Zonder diaconie geen leven en geen uitstraling, alleen maar dooie boel.
Dienen is wezenlijk, het moet in ons zelf gaan zitten.
Het Woord roept dat in ons wakker. Het zet aan tot zorgen, tot gastvrijheid en schept zo gemeenschap en solidariteit.
Het is niet alleen iets voor vrouwen, het gaat evengoed mannen aan.
Kijk maar, het heeft al effect.
Heel de stad loopt uit in de avond, als de zon al is ondergegaan.
Is dat geen overbodige toevoeging, logisch toch dat de zon in de avond is ondergegaan?
Maar het zegt zoveel meer: het vertelt van de nacht in het leven van deze mensen die hun zieken aan de deur brengen, die door het kwaad worden overmeesterd.
Opnieuw erkennen de kwade machten de hogere hand.
Maar ze kunnen en mogen het niet uitdragen omdat het pas te vatten is als de hele weg van Jezus is afgelegd.
Het Messias geheim, zo noemen we dat bij Marcus.
Wij zullen het nog vaker tegenkomen.
Het derde deel van het verhaal laat het ons gelijk al zien.
Het begint weer met een dubbele tijdsaanduiding: vroeg in de morgen – toen het nog donker was.
De nieuwe dag, de dag van de opstanding is begonnen, maar tegelijk nog in nevelen gehuld.
Hoe vaak overkomt het onszelf niet dat we een glimp opvangen van geluk, van betere tijden en nieuwe verhoudingen?
Maar het is nog niet grijpbaar, we moeten eerst nog verder op onze weg.
Als we het te vroeg proberen te pakken en vasthouden is het weg, opgelost in het niets.
Iets dergelijk gebeurt de mensen die hem zoeken in de nacht: ze willen claimen, hem vasthouden, niet doorgaan op hun eigen weg die nu eenmaal met ongemak en pijn bezaaid is naast momenten van vreugde, de weg waarover Job zich beklaagt, waar geen einde is aan zwoegen en uitzichtloosheid.
De enige manier is om de weg te gaan en mee te nemen wat je wel hebt gevonden en ontdekt, en dat te laten groeien.
En Jezus…? Hij breekt op en gaat verder, hij heeft nog op andere plaatsen het goede nieuws te brengen, de mensen een glimp te laten opvangen van zijn koninkrijk, zodat het kan groeien.
Zo is de dag van Kafarnaüm een verhaal van oud en nieuw door elkaar: het oude in je leven krijgt een nieuwe kleur als de glans van het nieuwe er op gevallen is. Maar het is nog maar een begin!
| < Vorige | Volgende > |
|---|





