Bernulphus Oosterbeek

Onderdeel van de Z. Titus Brandsma parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Overwegingen Zevende zondag door het jaar, 19 februari 2012

Zevende zondag door het jaar, 19 februari 2012

E-mailadres Afdrukken

Zevende zondag door het jaar, 19 februari 2012  

Thema: Toegang zoeken tot Christus

Wo-Co-dienst met muzikale ondersteuning van het Nederlands koor olv Frank Delnoy

Voorganger:  Pastor Hans Lammers 

Lector: Roseline Enklaar  

Orgel: Dick van der Meer

Overweging bij Jes. 43,18-25; Marcus 2,1-12
Het evangelie van vandaag bevat een paar opmerkelijke, ja zeg maar gerust vreemde dingen. Ten eerste is daar die uitgebreide beschrijving van de drukte voor de deur met als gevolg dat de toegang tot Jezus versperd wordt. Hij is onbereikbaar geworden voor die vier mensen die een verlamde dragen. Het tweede is dat die vier, om die verlamde toch bij Jezus te krijgen, een gat in het dak maken. Je zou kunnen zeggen:het zijn doorzetters, ze zijn behoorlijk inventief en maken een nieuwe toegang tot Jezus. Door hun inzet wordt Jezus voor die verlamde man weer bereikbaar. En dan als derde en laatste, is daar dat gekke zinnetje: “Bij het zien van hun geloof, zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven’.” Jezus richt zijn en onze aandacht op hún geloof, op dat van die vier, en niet op dat van de verlamde. Over het geloof van de verlamde wordt met geen woord gerept. Hij wordt aangesproken als ‘vriend’ – er staat trouwens in het Grieks: kind - en krijgt dan te horen dat zijn zonden vergeven worden. Dat laatste mag toch verbazingwekkend heten. Moet deze man nu echt als eerste met zijn zondigheid worden geconfronteerd? Laten we eerlijk zijn: hadden we niet verwacht dat Jezus hem eerst zou genezen? Maar dat gebeurt pas later; eerst worden er zonden vergeven. En zo zit dit ogenschijnlijk logische verhaal over Jezus vol met haken en ogen. Op welk spoor willen die ons brengen? Wat zou het ons, hier vandaag samen om naar Jezus te luisteren, te zeggen kunnen hebben?

Laten we beginnen bij het begin. Er wordt vermeld dat Jezus weer thuis is. Dit verhaal speelt zich dus af in het huis van Jezus, in het huis van de Heer. Het gaat dus over de kerk, over de geloofsgemeenschap waarin Jezus, als de verrezen Heer aanwezig is. Laten we dat eens in ons achterhoofd houden en dan verder lezen. De deur van het huis van de Heer, de toegang tot Jezus is geblokkeerd voor die vier die met die verlamde aan het rondzeulen zijn. Wat zou dat kunnen betekenen? Misschien moeten we daarvoor eens inzoomen op die verlamde. Het opvallende is dat van die verlamde niets meer gezegd wordt dan dat die vier anderen druk met hem zijn. We horen geen naam, geen woord, geen achtergrond, niets. Zou het kunnen dat dat opzettelijk zo is gedaan? En dat het ons de mogelijkheid geeft er een mens in te herkennen als onszelf? Iemand die verlamd, lam geslagen, gefrustreerd en machteloos is geworden door iets dat hem of haar is overkomen? Zou het kunnen gaan over een mens die zo teleurgesteld is geraakt, zo met zichzelf in de knoop zit, zo verscheurd of in de greep van boosheid dat alles vast is gelopen, dat hij of zij niet meer vooruit te branden is, ja de moed, de hoop, het vertrouwen heeft opgegeven op anders, op beter, op nieuwe toekomst?
Mogen wij er iemand in herkennen voor wie het niet meer hoeft, voor wie zelfs God niet meer hoeft, laat staan die kerk, die geloofsgemeenschap? De verlamde als een mens die zich in zichzelf heeft gekeerd, die zich in de steek gelaten voelt door mensen, door Jezus, door God. Zou zo’n mens bedoeld kunnen zijn? Die man die door het overlijden van zijn vrouw ook alle contacten kwijt is geraakt die zij altijd onderhield omdat hem dat niet zo lag; die vrouw die na de ingrijpende scheiding de zorg voor de kinderen en de druk om een inkomen te verdienen nauwelijks wist te combineren en steeds verder in de problemen raakte; de jonge vrouw die in de bloei van haar leven door een ziekte werd overvallen waardoor het elke dag overleven is; die man die zijn vrouw stapje voor stapje van zich zag vervreemden door de Alzheimer en zich daar geen raad mee wist?
Ik denk dat u er uit eigen ervaring nog wel andere voorbeelden aan toe kunt voegen, want ieder van ons kan het overkomen, zoiets dat je verlamt.

De verlamde als een mens die door gebeurtenissen in zijn of haar leven is vast gelopen.. Wat betekent het dan dat voor die verlamde de deur tot de kerk, tot de geloofsgemeenschap geblokkeerd is? Ik denk dat het helaas nogal eens gebeurt dat mensen zich door de kerk of door anderen uit een geloofsgemeenschap in de kou gezet voelen, buitengesloten, niet begrepen, niet meer welkom. Wie verlamd is door teleurstelling, boosheid, tegenslag is vaak niet de gemakkelijkste om mee om te gaan. Zo iemand is niet zelden naar binnen gekeerd, gesloten, afgesloten van een deel van zichzelf en richt de boosheid, de teleurstelling vaak op anderen. Begrijpelijk, maar ook lastig om goed mee om te gaan. En dan is een verkeerd woord, een kritisch oordeel, of zelfs een veroordeling uitgesproken voor je er erg in hebt. En het vervelende is nu juist dat zoiets hard aankomt en lang doorwerkt. Zo kunnen mensen de toegang tot Christus blokkeren, juist voor diegenen voor wie door hun verlamming de ontmoeting met Christus heilzaam zou zijn. Ik denk dat het daarom is dat Jezus die vier mensen die de verlamde dragen en bij hem weten te krijgen zo waardeert. Hun geloof toont zich daarin dat zij – ondanks alles – trouw blijven aan de verlamde, aan hun vriend, vriendin, medeparochiaan. Zij blijven de verlamde dragen en wegen zoeken om deze toch bij Christus te brengen. Want daar ligt onze roeping als kerk, als geloofsgemeenschap: mensen - verlamde, gebogen, verblinde, gevallen mensen in het bijzonder – helpen om Christus te ontmoeten. En waarom dat zo belangrijk is, blijkt wel uit wat Jezus zegt en doet. Hij spreekt de verlamde aan als ‘kind’. Elk mens is en blijft altijd een kind van God. Daaraan mogen wij elkaar telkens weer herinneren en zeker voor wie het moeilijk heeft is dat van groot belang. Je bent kind van God en dat betekent van Gods kant dat hij/zij/het nooit de handen van je aftrekt, je nooit loslaat, het nooit met je opgeeft. Bij God is altijd een nieuw begin mogelijk, een nieuwe weg, bevrijding, verlossing, wat er ook voorgevallen is in je leven, ook als je daar niet meer in kunt of wilt geloven. Daarom denk ik dat Jezus als eerste de verlamde zijn zonden vergeeft. Niet om hem zijn zondigheid nog eens in te peperen; daarvan is die verlamde zich in zijn hart waarschijnlijk heel goed bewust. Maar die twee dingen horen samen: als kind van God bevestigd worden en dan met een schone lei mogen beginnen en kracht ontvangen om ondanks wat je opgelopen hebt in je leven op te staan uit je verlamming en je levensweg weer te vervolgen.

Tenslotte nog dit: de schriftgeleerden zijn er als de kippen bij om Jezus te bekritiseren. Hoe kan een mens nou zonden vergeven, dat kan toch alleen God? De reactie van de schriftgeleerden is denk ik heel herkenbaar, maar tegelijk dodelijk voor een christelijke geloofsvisie. Op de eerste plaats omdat ik vrees dat ze eigenlijk denken: “Wij weten wel wanneer iemand wel en niet vergeven mag worden.” Zij kunnen niet geloven dat Gods barmhartigheid oneindig is als de hemel en dat elk van zijn kinderen altijd weer op zijn ontferming mag rekenen. Het staat er prachtig bij Jesaja: “Ik ben het die omwille van zichzelf je misdaden teniet doet en je zonden vergeeft.” Gods liefde voor ons is groter dan wij voor mogelijk houden; we kunnen er met ons verstand niet bij..
Het tweede is dat die schriftgeleerden niet in de gaten hebben wie Jezus is. Hij is de Christus en dat wil zeggen: hij is Gods liefde en barmhartigheid met een menselijk gezicht, in menselijke gedaante. En dat heeft grote gevolgen. Want als wij als kerk, als geloofsgemeenschap Christus in ons dragen, dan leeft Gods liefde en barmhartigheid ook in ieder van ons en zijn wij geroepen om mee te werken aan de verlossing, aan het vrij maken van mensen die gevangen zijn in hun verlamming, door te vergeven, door nieuw begin mogelijk te maken, zelfs als we daarvoor de kerk zo moeten veranderen dat de toegangsdeur in het dak komt te zitten.

Amen.