• Dinsdag, 19 Juni 2018 : Uit het 1e boek der Koningen 21,17-29.
    Na de dood van Nabot kwam het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet: Sta op en ga naar Achab, den koning van Israël, die te Samaria woont; hij is in de wijngaard van Nabot, die hij in bezit is gaan nemen. Zeg tot hem: Zo spreekt de Heer! Komt ge na de moord de erfenis in bezit nemen? Zo spreekt de Heer! Op de plaats, waar de honden het bloed van Nabot hebben gelikt, zullen ze ook het uwe oplikken. Maar Achab snauwde Elia toe: Weet mijn vijand mij weer te vinden? Hij antwoordde: Ja; maar enkel omdat ge u vermeten hebt, kwaad te doen in de ogen van de Heer. En nu, zo spreekt de Heer! Ik zal onheil over u brengen en u wegvagen; al wat man is in Achabs huis, slaaf of vrije, zal Ik uit Israël verdelgen. Met uw huis zal Ik handelen als met het huis van Jeroboam, de zoon van Nebat, en als met het huis van Baësa, de zoon van Achia, omdat ge Mij hebt getergd en Israël tot zonde hebt verleid. En tot Jizebel spreekt de Heer: De honden zullen Jizebel verslinden op de open plaats voor Jizreël! Sterft er iemand van Achab in de stad, dan zullen de honden hem verslinden; en sterft iemand van hem op het land, dan zullen de vogels uit de lucht het doen! Want nooit heeft iemand zich als Achab vermeten, om kwaad te doen in de ogen van de Heer, hiertoe verleid door Jizebel, zijn vrouw; schandelijk heeft hij zich gedragen door waangoden te dienen, juist zoals de Amorieten deden, die de Heer voor Israël heeft verjaagd. Toen Achab deze bedreiging vernam, scheurde hij zijn klederen, trok een boetekleed aan en vastte; hij legde zich zelfs in het boetekleed te ruste, en liep peinzend rond. Nu werd het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet gericht: Hebt gij gezien, hoe Achab zich voor Mij heeft vernederd? Omdat hij zich voor Mij heeft vernederd, zal Ik hem het onheil niet tijdens zijn leven overzenden, maar onder zijn zoon zal Ik het over zijn huis doen neerkomen.
  • Dinsdag, 19 Juni 2018 : Psalmen 51(50),3-4.5-6.11.16.
    God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden. Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen. Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegen staat heb ik gedaan. Dus zijt Gij rechtvaardig in uw oordeel is het vonnis dat Gij velt gegrond. Wend uw ogen af van mijn gebreken, scheld mij al mijn schulden kwijt. Houd mij ver van bloedschuld God mijn redder, dan bezingt mijn tong uw wijs beleid.
  • Dinsdag, 19 Juni 2018 :
  • Dinsdag, 19 Juni 2018 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 5,43-48.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en on­rechtvaardigen. Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als gij alleen uw broeders groet, wat voor buitengewoons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.
  • Dinsdag, 19 Juni 2018 : Commentaar H. Hilarius
          “U hebt geleerd dat er gezegd wordt: Heb je naaste lief en je zult je vijand haten…” De Wet eist immers de liefde voor de naaste en liet de vrijheid om de vijand te haten. Het geloof schrijft voor om zijn vijanden lief te hebben. Door het universele gevoel van liefde breekt de gewelddadige beweging die zich in de geest van de mens bevindt; niet alleen door de woede te belemmeren om zich te wreken, maar nog meer door het te kalmeren en degene die ongelijk heeft, lief te hebben. Houden van hen die ons liefhebben behoort ook tot de heidenen, iedereen heeft affectie voor hen die ons affectie geven. Christus roept ons daarom op om te leven als kinderen van God. Om Diegene na te volgen die door de komst van zijn Christus, aan de goeden als aan de kwaden, de zon en de regen geeft in de sacramenten van de doop en van de Geest. Zo vormt Hij ons voor het volmaakte leven door de band van een goedheid met allen, door ons op te roepen tot het nadoen van de Vader in de hemel, die volmaakt is.
  • Maandag, 18 Juni 2018 : Uit het 1e boek der Koningen 21,1-16.
    Nabot de Jizreëliet bezat een wijngaard, gelegen te Jizreël, naast het paleis van Achab, de koning van Samaria. Daarom sprak Achab tot Nabot: Geef mij uw wijngaard, dan maak ik er een moestuin van; want hij ligt vlak bij mijn paleis. Ik geef er u een betere voor terug, of wanneer ge dit liever hebt, de waarde in geld. Maar Nabot gaf Achab ten antwoord: de Heer beware mij er voor, u het erfdeel van mijn vaderen te geven. Hierop ging Achab verdrietig en toornig naar huis, omdat Nabot uit Jizreël hem had gezegd: Ik geef u het erfdeel van mijn vaderen niet. Hij ging op zijn bed liggen, wendde het hoofd af en wilde niet eten. Toen kwam zijn vrouw Izébel bij hem en vroeg: Waarom zijt ge toch zo verdrietig, en eet ge niet? Hij antwoordde haar: Ik heb met Nabot uit Jizreël gesproken en hem gezegd: "Verkoop mij uw wijngaard, of wanneer ge dit liever hebt, dan geef ik er u een andere voor in de plaats." En hij antwoordde: "Ik geef u mijn wijngaard niet." Maar zijn vrouw Izébel zeide tot hem: Gij zijt me ook een koning van Israël! Sta op en eet, en zit er maar niet over in; ik bezorg u de wijngaard van Nabot wel. Daarop schreef zij een brief uit Achabs naam, sloot die met zijn zegel, en zond hem aan de oudsten en de leiders, die bij Nabot in de stad woonden. Ze schreef in de brief als volgt: Kondigt een vasten af en laat Nabot vooraan zitten, als het volk bijeen is. Dan moet ge een paar deugnieten tegen hem laten optreden, die hem er van betichten, dat hij God en den koning heeft gelasterd. Leidt hem daarna weg, en stenigt hem dood. Zijn medeburgers, de oudsten en de leiders, deden wat Izébel hun had bevolen in de brief, die ze hun geschreven had. Zij kondigden een vasten af, en toen het volk bijeen was, plaatsten ze Nabot vooraan. Nu kwamen er een paar deugnieten, die tegen hem optraden, en ten overstaan van het volk getuigden: Nabot heeft God en den koning gelasterd! En men bracht hem buiten de stad, waar hij dood werd gestenigd. Toen berichtten zij aan Izébel: Men heeft Nabot gestenigd; hij is dood. Zodra Izébel vernam, dat Nabot gestenigd en dood was, sprak ze tot Achab: Sta op, en neem de wijngaard van Nabot uit Jizreël in bezit, die hij u niet voor geld wilde afstaan; want Nabot leeft niet meer, maar is dood. Toen Achab hoorde, dat Nabot dood was, ging hij heen, en nam de wijngaard van Nabot uit Jizreël in bezit.
  • Maandag, 18 Juni 2018 : Psalmen 5,2-3.5-6.7.
    Heer, luister naar wat ik U zeggen wil, sla acht op mijn smartelijk zuchten. Aanhoor de stem die uw aandacht vraagt, want Gij zijt mijn God en mijn koning. Reeds vroeg in de morgen hoort Gij mijn stem, reeds vroeg mijn hoop en verlangen. Gij zijt toch geen God, die onrecht verdraagt, bij U kan geen booswicht vertoeven. Geen zondaar kan U in de ogen zien, Gij haat hen die onrecht bedrijven. Die leugentaal spreken vernietigt Gij, Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"