In plaats van één pijporgel beschikt onze kerk nu over twee ‘digitale’ kerkorgels, een op de vertrouwde plek boven, waar het Bernulphuskoor en het Parochiekoor zingen en een beneden nabij het liturgisch centrum, waar het Nederlands koor zingt. Vooral voor het Nederlands koor is dat een enorme verbetering omdat het geluid van het orgel nu niet meer vertraagd van ver achter uit de kerk klinkt, maar direct van dichtbij en daarmee beter steun geeft. 

Wat is er zoal veranderd met de komst van de nieuwe orgels? In de eerste plaats de manier waarop het geluid tot stand komt. In het oude orgel werd lucht door de pijpen geblazen op het moment dat de organist de toetsen indrukte en kwam de klank tot stand door de trilling in de pijp. Het geluid van de nieuwe orgels komt uit (meerdere) luidsprekers. De pijpen die nu nog voor de boxen staan dienen enkel als versiering; ze zijn afkomstig van het oude orgel, evenals het hout van de kast waar ze op staan. De nieuwe orgels produceren echter wel degelijk orgelklanken. Dat kan omdat in het geheugen van de computers die in de orgels zitten het geluid is ‘opgeslagen’ van verschillende echte pijporgels uit binnen- en buitenland. Het klinkt dus als een echt pijporgel, net zo echt als een opname op een CD. En omdat de weergavetechniek de laatste jaren enorm is verbeterd (er worden voor hoge en lage tonen verschillende geluidskanalen naast elkaar gebruikt) klinkt het ook nog goed bij een groot volume.

Een ander verschil is dat beide nieuwe orgels over veel meer registers of stemmen beschikken dat het voormalige pijporgel. Dat telde 14 registers, terwijl het ‘koororgel’ beneden er nu 21 heeft en het ‘hoofdorgel’ boven wel 48! Meer registers betekent meer verschillende ‘stemmen’ die apart of in combinatie kunnen klinken. Het hoofdorgel heeft zelfs drie klavieren en een pedaal; het is zó uitgebreid dat alle soorten orgelmuziek erop gespeeld kunnen worden, zowel barok als romantisch. Dat is fijn voor de begeleiding van koor en samenzang, maar geeft ook enorme mogelijkheden voor boeiende orgelconcerten. Tja en de twee orgels kunnen helemaal optimaal worden benut wanneer ze ‘gekoppeld’ worden: dan klinken de orgels uit beide sets geluidsboxen tegelijk, zowel beneden als boven in de kerk. U heeft zich wellicht al eens afgevraagd waar het geluid dan vandaan komt, want dan wordt de hele kerk met orgelmuziek gevuld. Die koppelmogelijkheid wordt vooral gebruikt wanneer het Nederlands koor zingt. Op de momenten waarop het koor zingt, al dan niet meerstemmig, klinkt dan alleen het koororgel; bij een refrein, coupletten of bij hele liederen voor volkszang worden het koororgel en het hoofdorgel gekoppeld. Zo kan de samenzang optimaal worden ondersteund.

De wens om over twee digitale kerkorgels te beschikken kon overigens alleen zo snel in vervulling gaan omdat Johannus Orgelbouw het ‘leenorgel’, dat tijdens de verbouwing tijdelijk beschikbaar was gesteld, voor een heel redelijke prijs wilde overdragen en laten staan. Toen het al bestelde hoofdorgel in december werd geïnstalleerd, werden nog enkele kleine aanpassingen aan het koororgel gedaan en werd ook de koppeling gerealiseerd. Meer koren is een ‘luxe’ die niet elke kerkgemeenschap kent. Nu we met twee orgels de koor- en samenzang optimaal kunnen ondersteunen wens ik u extra veel luistergenoegen en hoop ik dat u bij de samenzang uit volle borst mee blijft zingen.

Dick van der Meer, organist