In elke parochie dienen parochieboeken te zijn, namelijk een doopregister, een huwelijksregister, een register van overledenen, en andere volgens de voorschriften van de bisschoppenconferentie of de diocesane Bisschop; de pastoor dient er voor te zorgen dat die boeken nauwkeurig bijgehouden en zorgvuldig bewaard worden. Elke parochie dient haar eigen zegel te hebben. In elke parochie dient een bewaarplaats of archief te zijn waarin de parochieboeken bewaard worden; ook de oudere parochieboeken dienen zorgvuldig bewaard te worden. 

Gedurende meer dan 130 jaar, dat de Bernulphuskerk hier staat, hebben er vele vieringen, evenementen, repetities e.d. plaatsgevonden. Hieronder staan 2 foto’s van zulke bijzondere momenten.

   

Mocht u weten wanneer en ter gelegenheid waarvan deze foto’s gemaakt zijn, wilt u dat dan doorgeven aan het secretariaat: bernulphusparochie@gmail.com. Hiervoor hartelijk dank!

Soms ontvangt het secretariaat foto’s van kinderen, die –bij het opruimen van spulletjes van hun ouders– foto’s tegenkomen die iets met onze kerk te maken hebben. Mocht u zelf foto’s hebben, die ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis zijn genomen of komt u foto’s tegen dan wil Bernulphus daarvan graag een afdruk ontvangen/maken. Laat dat weten aan het secretariaat:

bernulphusparochie@gmail.com

Dank u wel voor uw hulp/medewerking.

 

Wekelijks werd er in de parochie van ‘den H. Bernulfus’ een parochievelletje uitgegeven met missen, misintenties, mededelingen, doop e.d.
Hieronder leest u die van 75 jaar geleden. Hermanus Cornelis Bruggeman was toenpastoorvandeparochie(1938-1959). Menig parochiaan zal het nog wel herkennen: 2 missen op zondag met ’s middags lof. Bijzonder is dat er toen gecollecteerd werd voor de tabernakeldeuren!

Bernulphus was niet alleen pastoor van Oosterbeek, maar ook gedurende een aantal jaren bisschop van Utrecht (1027-1054). Hij werd begraven in de St. Pieter. Daar voltrok zich ook de verering van Bernoldus. De Bernoldusverering, die aanvankelijk wellicht een meer algemeen karakter had was niet gebonden aan bepaalde dagen. Daar de verering vooral een zaak was van vrouwen die onvruchtbaar waren of problemen vreesden bij de aanstaande bevalling en van kinderen, die ergens last van hadden, ligt dat ook niet voor de hand. 

Bernulphus, de patroon van onze kerk, is voor vele enthousiaste schrijvers -geboeid door de figuur van deze bisschop- een bron geweest om rond hem de legende op te tekenen.

De oudste versie van het verhaal rond Bernulphus komt uit de kroniek (tussen 1342 en 1350) van de geschiedschrijver Johannes de Beka, geschreven in het Middelnederlands.

de parochie van den H. Bernulphus is opgericht in 1860.

Vanaf die tijd hebben de Bernulphuskerk en de Bernulphusparochie een grote ontwikkeling doorgemaakt. Dit blijkt o.a. uit de groei van het aantal parochianen en uit de uitbreiding/verandering van het kerkgebouw tot de jaren ’80.

De vakantie staat voor de deur. Velen van u zullen erop uittrekken om te genieten van rust, natuur, kunst en cultuur. Ongetwijfeld zal uw aandacht getrokken worden door die gebouwen met één of meerdere hoge torens: kerken. Ook zien we kapelletjes, die op een kerk lijken. Van de vele gebouwen worden hierbij een aantal met name genoemd. 

In 1860 wordt ons kerkhof in gebruik genomen door de eerste pastoor van de St. Bernulphusparochie, J.G.H.C.Essink (1827 - 1902). De latere pastoor A.B. van Blaricum(1840 - 1919) voegt aan het kerkhof een stuk bouwland toe. In 1899 besloot het toenmalige kerkbestuur, onder voorzitterschap van pastoor A.B.M. Berendsen (1854 - 1930), tot een herziening van de bestaande indeling, waarbij ook een deel van de graven geruimd wordt. Een deel van het kerkhof wordt aangewezen voor priestergraven; een ander deel voor gedoopte kinderen, terwijl aan de bestaande derde klasse nog een vierde klasse wordt toegevoegd. Ook worden nieuwe begrafenisrechten ingevoerd en wordt een plattegrond gemaakt. 

kosterboek3

Dat gold vroeger, maar dat geldt nog steeds. Het koster-zijn is immers niet zo maar iets. De functie gaat terug tot de eerste eeuwen van het christendom, namelijk het ambt van ostiarius (sleuteldrager) oftewel portier en bewaker van kerkgebouw en inventaris. 

Het feest van Kerstmis komt van Christusmis. Dit Hoogfeest wordt gevierd op 25 december. Rome stelde een apart feest in ter herdenking van Christus’ geboorte en zette dat feest op die dag ter vervanging van het heidense feest van Sol invictus (de onoverwinnelijke zon) waarop het herrijzen van de zon na de kortste dag werd gevierd. Er werden rond die dag vier missen gelezen. De Kerk vierde Kerstmis met de vigiliemis in de vooravond van 24 december, de nachtmis rond middernacht en op 25 december de dageraadsmis en de dagmis. De Vigiliemis: Een vigilie is van oorsprong een nachtwake, in het bijzonder voorafgaand aan een kerkelijk hoogfeest zoals Kerstmis. De Nachtmis, waarin Lucas het verhaal vertelt van Jozef en Maria, die voor een volkstelling van Nazareth naar Betlehem reisden en voor wie geen plaats was in de herberg, waarna Jezus na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd. Het is de nachtmis die sinds jaar en dag door veel gelovigen en niet-gelovigen wordt bezocht, o. a. vanwege de bijzondere sfeer. U kent vast nog wel de tijd dat u om 11.00 uur aanwezig moest zijn om nog een “goede” (koude) plaats te krijgen. Vaak zat de kerk dan al helemaal vol. Na de Nachtmis volgden nog twee korte, stille Heilige Missen. De Dageraadsmis (= missa in aurora) werd gehouden bij het doorbreken van het daglicht en opent met de woorden: "Een helder licht straalt heden over ons, want de Heer is ons geboren." Deze mis laat, eveneens volgens Lucas, de herders naar Betlehem gaan, waar zij het kind en zijn ouders gaan bezoeken. Deze tweede mis wordt daarom ook wel herdertjesmis genoemd. En tenslotte De Dagmis: Het kerstverhaal is op en leest men het beroemde, wonderschone maar moeilijke Johannes-evangelie: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God...”

Volgend op de Goede Week is Pasen het belangrijkste christelijke feest in het liturgische jaar. In onze kerk zijn verscheidene voorwerpen te zien, die met deze Goede Week en met Pasen te maken hebben. Allereerst het kruisbeeld in de Mariakapel, dat gemaakt is door glazenier van Nispen tot Pannerden Het is een glas-in-lood kruis, dat door glazenier Jhr. O. van Nispen tot Pannerden in opdracht van de Zusters van Liefde is gemaakt ter gelegenheid van de opening van de r.-k. meisjesschool St. Jozef in 1956. Op het kruis is de Verrezen Heer afgebeeld en niet de stervende of reeds gestorven Christus zoals wij dat doorgaans kennen.

     

Dan, als u de kerk binnenkomt, vallen de staties van Jan Toorop te bewonderen, die op bijzonder kunstzinnige wijze het lijdensverhaal uitbeelden. Vervolgens, vóór in de kerk hangt het prachtig neogotische kruisbeeld.



Vroeger hing het zogeheten triomfkruis hoog in de boog vooraan in de kerk. Helaas is het kruis verdwenen maar het prachtige corpus is bewaard gebleven. Ook is er nog een mooi altaarkruis te zien in de ruimte boven het tabernakel.



Tevens zijn er boven het tabernakel 5 gebrandschilderde ramen aangebracht. Her middelste stelt de Kruisdood voor; rechts daarvan is de Verrijzenis van Christus uitgebeeld. Deze gebrandschilderde ramen en die boven het Maria-altaar en in de Titus Brandsmakapel zijn uit 1949 (de oorspronkelijke ramen zijn door de oorlog verloren gegaan). Tot slot staat rechts in de nis achter tralies het altaarkruis dat op bijzondere wijze weer is teruggekeerd in onze kerk nadat de Engelse soldaat Eric Collinge het tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft meegenomen naar Engeland.

‘Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.’ (Handelingen 2:1-4) Deze tekst is prachtig uitgebeeld in het glas-in-lood-raam rechts van het hoofdaltaar. De ‘vurige tongen’ worden vanuit de hemel uitgestort over de hoofden van de apostelen en Maria, die in hun midden zit. In de Bijbel staat dat Maria na de dood van haar zoon Jezus wordt bijgestaan door de apostelen, meestal door Johannes, de jongste, die hier naast haar zit. Dit verklaart waarom ook zij hier is afgebeeld, hoewel de Bijbel niets meedeelt over haar aanwezigheid bij het pinkstergebeuren. Boven in het raam is te zien dat er uit de hemel een hevige storm opsteekt, waardoor er hoge golven op zee ontstaan. alsook de duif als teken van de H. Geest. Onder het tafereel wordt het Bijbelboek Handelingen van de Apostelen voorgesteld.

In 1860 wordt ons kerkhof in gebruik genomen door de eerste pastoor van de St. Bernulphusparochie, J.G.H.C.Essink (1827-1902). De latere pastoor A.B. van Blaricum(1840-1919) voegt aan het kerkhof een stuk bouwland toe. In 1899 besloot het toenmalige kerkbestuur, onder voorzitterschap van pastoor A.B.M. Berendsen (1854-1930), tot een herziening van de bestaande indeling, waarbij ook een deel van de graven geruimd wordt. Een deel van het kerkhof wordt aangewezen voor priestergraven; een ander deel voor gedoopte kinderen, terwijl aan de bestaande derde klasse nog een vierde klasse wordt toegevoegd. Ook worden nieuwe begrafenisrechten ingevoerd en wordt een plattegrond gemaakt. 

De r.-k. St.-Bernulphuskerk is een driebeukige neogotische hallenkerk met driezijdig gesloten koor, zijkapellen en een toren van vier geledingen met tentdak. De kerk wordt in 1884-'85 gebouwd, naar plannen van A. Tepe. Sindsdien is de kerk door schenkingen van gefortuneerde Oosterbeekse families, o.a. van de familie Schade, langzamerhand zeer verfraaid zoals met de prachtige kruiswegstaties van Jan Toorop. Bij de Slag om Arnhem in september 1944 lijden het dorp Oosterbeek en de St. Bernulphuskerk zware schade.

Als u de kerk binnenkomt, ziet u links (tegenover het keukentje) dit onopvallend gebrandschilderd raam met de tekst: “DE HEER WAAKT OVER UW KOMEN EN GAAN” (de Heer waakt over jong en oud). Glas-in-lood in de linkerhal van onze kerk:

 

 

Het oorspronkelijk Maria-altaar was een rijk en uitbundig altaar. De beste beeldhouwers uit die tijd, het geslacht Mengelberg, hebben toen iets bijzonders gemaakt. Naast het altaar hangt deze tekening uit 1922, die op zolder van de pastorie werd teruggevonden, waar hij als schutplaat diende tegen de binnenkant van de houten kap. (Zie de donkere watervlekken erin.) De stromingen binnen het geloof door de tijden heen, hebben het interieur van onze kerk niet onberoerd gelaten. In de loop van de tijd werd het altaar ontdaan van versieringen; alleen de krans van zeven medaillons met de voornaamste gebeurtenissen uit het leven van Maria werd toen gespaard. 

ProfileDe periode 1920-1930 vormde in Nederland het hoogtepunt van de Heilige Hartverering. Overal werden H. Hart monumenten opgericht. Oosterbeek bleef niet achter. In 1931 werd op het plein voor de kerk dit H. Hartbeeld geplaatst. Dit beeld is vervaardigd door de bekende Wageningse beeldhouwer August F.H. Falise (1875 – 1936). Het beeld werd gegoten door de Brusselse gieterij Verbeyst. Het is een kopie van het beeld in Dreumel uit 1926. Veel H. Hartbeelden elders zijn inmiddels verdwenen. Dit Oosterbeeks monument overleefde de oorlog, zij het met enkele kogelgaten en splintergaten van granaten uit de septemberdagen van 1944. Ook de “beeldenstorm” in de jaren 60 ging er aan voorbij. Bij de herinrichting van het voorplein heeft het beeld de huidige plaats gekregen.
Het beeldhouwwerk is erkend als rijksmonument.

 

Omdat de kerk op meerdere momenten (ook op zaterdag) toegankelijk is voor iedereen, die wil mediteren, de dienst wil bijwonen en/of het gebouw en zijn (kunst)schatten wil bekijken, is het plan opgevat om die bezoeker alsook de parochianen, die als gast optreden, van de nodige informatie te voorzien. Een aantal mensen is bezig om  - met als leidraad het boekje “Sint Bernulphuskerk” – de bestaande  informatie verder uit te diepen. 

In de loop der jaren – vanaf 1885 - is de Bernulphuskerk regelmatig vergroot en/of zijn aanpassingen gedaan. Veel parochianen hebben zich hiervoor vrijwillig ingezet om zo het gebouw te onderhouden en – waar nodig - aan te passen of te verfraaien. Aan de hand van bijgaande tekeningen kunt u zien welke veranderingen het gebouw heeft ondergaan.