Anno Brandsma werd op 23 februari 1881 geboren in het gehucht Oegeklooster bij Bolsward in de provincie Friesland en trad na zijn studie te Megen in het jaar 1898 in bij de karmelieten te Boxmeer. Hij kreeg de kloosternaam van Titus. Na zijn priesterwijding in 1905 werd hij voor de studie van de wijsbegeerte en de sociologie naar Rome gezonden. Na terugkeer in Nederland werd hij belast met de wetenschappelijke vorming van de scholastieken van zijn orde.

 

In 1923 werd hij hoogleraar aan de pas opgerichte Katholieke Universiteit te Nijmegen en doceerde daar filosofie en geschiedenis van de mystiek. Hij was een professioneel journalist, was actief in de opkomende oecumenische beweging en in verenigingen tot activering van de Friese cultuur, taal en godsdienstige tradities. Zijn omgang met mensen was gemarkeerd door vriendelijkheid en mildheid, tot op de laatste dag van zijn leven. Zijn levenshouding was consequent katholiek: hij vergat nooit dat de werkelijke kracht en wijsheid moeten komen van de intieme omgang met de Heer; hij beleefde wat hij doceerde en preekte over de mystiek van het lijden. Hij was trouw aan het gemeenschapsleven als Karmeliet, waarbij de devotie tot Onze Lieve Vrouw overeenkomstig de Karmel-traditie een bijzondere plaats innam. Titus Brandsma weerstond de maatregelen van de bezetter, die tegengesteld waren aan de katholieke beginselen. Dit leidde tot zijn arrestatie in 1942. Hij werd tenslotte op transport gesteld naar het concentratiekamp Dachau, waar hij op 26 juli 1942 werd gedood. Op 3 november 1985 werd hij door paus Johannes Paulus II in Rome als martelaar zalig verklaard.