15 juli 2020

  • Woensdag, 15 Juli 2020 : Uit profeet Jesaja 10,5-7.13-16.
    Zo spreekt de Heer: Assur, de roede van mijn gramschap, de stok die Ik in mijn woede hanteer. Ik had hem ontboden tegen een goddeloos land, hem gezonden naar een volk dat mijn toorn opwekte, om er te plunderen en te roven, om het als straatvuil te vertrappen. Hij echter bedoelde het anders, en had andere plannen in zijn hart: zijn hart was erop uit te verdelgen en talloze volken uit te roeien. Assur zei: ''Door eigen kracht heb ik dat alles bewerkt, door eigen wijsheid, want verstandig ben ik. Grenzen van volken heb ik verlegd, rijkdommen weggesleept, en vorsten met geweld van hun troon gestoten. Mijn hand nam de rijkdom van de volken in beslag alsof het een vogelnestje was en zoals men verlaten eieren vergaart, zo gaarde ik heel de aarde bijeen. Niet een verroerde een vleugel of opende zijn snavel om te piepen.' Pocht een bijl soms tegen hem die ermee hakt, of verheft zich een zaag tegen hem die ze hanteert? Alsof een scepter diegene regeert die hem voert, of een stok hem die geen hout is, omhoog heft! Daarom laat de Heer, de Heer van de legerscharen, zijn vet wegteren en de koorts in zijn ingewanden branden, als een gloeiend vuur.
  • Woensdag, 15 Juli 2020 : Psalmen 94(93),5-6.7-8.9-10.14-15.
    Verwaanden vertrappen uw volk, Heer, uw erfdeel wordt deerlijk mishandeld. Vreemden en weduwen slaan zij neer, wezen brengen zij om. Zij zeggen: de Heer ziet het toch niet, Hij merkt het niet eens, Jakobs God. Gebruikt uw verstand, kortzichtige mensen, gij dwazen, wanneer wordt ge wijs? Zou Hij die ons oren gaf zelf niet horen, zou Hij die het oog maakte zelf niet zien? Die volken terecht wijst, zou Hij niet straffen, zou Hij niets weten, die ons onderwijst? Nooit zal de Heer zijn volk verstoten, zijn erfdeel geeft Hij niet op. Eens zullen de rechters rechtvaardig beslissen en alle rechtvaardigen vallen het bij.
  • Woensdag, 15 Juli 2020 :
  • Woensdag, 15 Juli 2020 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11,25-27.
    In die tijd sprak Jezus: 'Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze heb geopenbaard aan kleinen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.
  • Woensdag, 15 Juli 2020 : Commentaar H. Johannes Chrysostomus
          Jezus zei: "Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld". Wat! Zich verheugen in het verlies van hen die niet in Hem geloven? Helemaal niet: wat zijn de plannen van God voor ons heil bewonderenswaardig! Als ze zich tegen de waarheid verzetten, weigeren om deze te ontvangen, dan zal God ze nooit dwingen, Hij laat ze maar doen. Hun dwaling zal ze dwingen om de weg te vinden; als ze in zichzelf keren dan zoeken ze met spoed de genade van de geloofsoproep, die ze eerst hadden geminacht. Wat hen die trouw bleven betreft, hun vuur zal zich nog sterker tonen. Christus verheugt zich dus over deze zaken die aan sommigen zijn geopenbaard, maar vindt het spijtig dat ze voor anderen verborgen blijven; dat kun je zien als Hij om de stad weent (Lc 19,41). In diezelfde geest schrijft Paulus: "God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd" (Rm 6,17)...       Over welke wijzen heeft Jezus het hier? Over schriftgeleerden en farizeeërs. Hij zegt dat om zijn leerlingen aan te moedigen door hun te tonen waarom zij waardig bevonden zijn; zij waren slechts eenvoudige vissers, ze hebben het licht ontvangen, dat de wijzen en geleerden hebben veracht. Zij zijn slechts wijs van naam: ze denken dat ze wijs zijn, maar het is schijngeleerdheid. Daarom zegt Christus niet: "U hebt het aan dwazen geopenbaard", maar "aan de kleinen", dat wil zeggen de eenvoudige mensen die oprecht zijn... Zo leert Hij ons ook om afstand te doen van de dwaasheid van grootheid en om te zoeken naar eenvoud. Paulus zegt verderop: "Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden" (1Kor 3,18).
  • Dinsdag, 14 Juli 2020 : Uit profeet Jesaja 7,1-9.
    In de tijd dat Achaz koning van Juda was, trok Resin, de koning van Aram, samen met de koning van Israël, tegen Jeruzalem op, maar hij slaagde er niet in de stad te overmeesteren. Toen aan het huis van David bericht werd, dat Aram zich met Efraïm had verbonden, beefde het hart van de koning en het hart van zijn volk, zoals de bomen in het woud beven wanneer de wind waait. De Heer sprak echter tot Jesaja: “Gij moet Achaz tegemoet treden, samen met uw zoon Sear-Jasub, bij het einde van de waterleiding van de Bovenvijver, op de weg naar het Blekersveld. Daar moet gij het volgende tegen hem zeggen: Blijf maar rustig, wees niet bevreesd en laat uw hart niet onthutst zijn om die twee rokende stompen brandhout, om de wilde woede van de koning van Aram en de koning van Israël. Omdat Aram samen met Efraïm en met de koning van Israël onheil tegen u heeft beraamd en het plan heeft gemaakt tegen Juda op te trekken, het schrik aan te jagen, het te overmeesteren en er dan de zoon van Tabeal koning te maken, ‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ – daarom heeft God de Heer aldus gesproken: Dat zal niet doorgaan! Dat zal niet gebeuren! Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. – Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. – Want Damascus mag de hoofdstad van Aram zijn en Resin het hoofd van Damascus, Samaria mag de hoofdstad van Efraïm zijn en de koning van Israël het hoofd van Samaria, maar over vijfenzestig jaar zal Efraïm ophouden een volk te zijn. Als gij niet gelooft, dan houdt ge geen stand!”
  • Dinsdag, 14 Juli 2020 : Psalmen 48(47),2-3a.3b-4.5-6.7-8.
    Groot is de Heer, Hij zij hoog geprezen in onze Godstad Jeruzalem. Lieflijk verheft zich zijn heilige berg, Voor heel de aarde een vreugde. De Sionsberg is de Spits van het Noorden, De stad van een machtigen Koning; Lieflijk verheft zich zijn heilige berg, Voor heel de aarde een vreugde. De Sionsberg is de Spits van het Noorden, De stad van een machtigen Koning; Zijn heilige berg rijst daar schitterend op, een vreugde voor ieder op aarde. Voor ons is de Sion de Godenberg, de stad van de Grote Koning. God zelf, die binnen haar burchten verblijft, Hij toont zich een veilige vesting. Zie, koningen kwamen te zamen en rukten tegen haar op. Maar toen zij haar zagen werden zij bang en sloegen verschrikt op de vlucht. Opeens overviel hen de angst als weeën een barende vrouw; zoals de storm uit het oosten de schepen voor Tarsis treft.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"