16 juli 2019

  • Dinsdag, 16 Juli 2019 : Uit het boek Exodus 2,1-15a.
    In die dagen nam een zekere man uit de stam Levi een jonge meisje uit diezelfde stam tot vrouw. Zij werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Het was een mooi kind en ze hield het verborgen, drie maanden lang. Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl. De zuster van het kind ging een eind verderop staan, om te zien wat er met hem zou gebeuren. Even later kwam de dochter van de farao naar de Nijl om te baden, terwijl haar dienaressen langs de rivier heen en weer liepen. Zij ontdekte de mand tussen het riet en liet die door een van haar slavinnen halen. Ze maakte de mand open en zag daarin het kind. Het jongetje huilde, en vol medelijden zei ze: ‘Dat moet een Hebreeuws kind zijn.’ Toen kwam de zuster van het kind haar vragen: ‘Zal ik bij de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan zoeken om het kind voor u te voeden?’ ‘Ja, doe dat maar,’ antwoordde de dochter van de farao, waarop het meisje de moeder van het kind ging halen. De dochter van de farao zei tegen de vrouw: ‘Neem dit kind mee en voed het voor me. Ik zal u ervoor betalen.’ De vrouw nam het kind mee en voedde het. Toen het groot genoeg was, bracht ze het naar de dochter van de farao. Deze nam het kind aan als haar eigen zoon. Ze noemde hem Mozes, ‘want,’ zei ze, ‘ik heb hem uit het water gehaald.’ Toen Mozes volwassen geworden was, zocht hij op een dag de mensen van zijn volk op. Hij zag welke zware dwangarbeid ze verrichtten en was er getuige van dat een Hebreeër, een volksgenoot van hem, door een Egyptenaar werd geslagen. Hij keek om zich heen, en toen hij zag dat er niemand in de buurt was sloeg hij de Egyptenaar dood; hij verborg hem onder het zand. De dag daarop zag hij hoe twee Hebreeuwse mannen met elkaar op de vuist gingen. ‘Waarom sla je iemand van je eigen volk?’ vroeg hij aan de man die begonnen was. Maar die antwoordde: ‘Wie heeft jou als leider en rechter over ons aangesteld? Wou je mij soms ook doodslaan, net als die Egyptenaar?’ Mozes schrok, hij dacht: Dan is het dus toch bekend geworden! Toen dan ook Farao er van hoorde, wilde hij Moses ter dood laten brengen. Maar Moses vluchtte voor Farao, en zocht een schuilplaats in het land Midjan. Terwijl hij daar neerzat bij een put,
  • Dinsdag, 16 Juli 2019 : Psalmen 69(68),3.14.30-31.33-34.
    Diep zink ik weg in de modder, mijn voet vindt geen vaste grond. Ik ga in de golven onder, de stroom sleurt mij mee. Maar mijn gebed, Heer, richt ik tot U, nu is het de tijd van genade. Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt en trouw in het hulp verlenen. Ik ga gebogen onder mijn smart; God, laat; uw hulp mij beschermen. God Naam zal ik loven in mijn gezang, Hem dankbaar overal prijzen. Ziet toe, geringen, en weest verheugd, schept moed gij allen die God zoekt God luistert naar wat een arme Hem vraagt, vergeet zijn gevangenen niet
  • Dinsdag, 16 Juli 2019 :
  • Dinsdag, 16 Juli 2019 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11,20-24.
    In die dagen begon Jezus de steden waarin de meeste van zijn wonderen waren gebeurd te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden. 'Wee u, Chorazin; wee u, Betsaida! Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaatsgevonden. Ja, Ik zeg u: Het lot van Tyrus en Sidon zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u. En gij, Kafarnaum, zult ge soms tot de hemel toe verheven worden? Tot in de onderwereld zult ge neerzinken. Als in Sodom de wonderen gebeurd waren die bij u zijn geschied, het zou tot op de dag van vandaag blijven bestaan. Toch, Ik zeg u: Het lot van het land van Sodom zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.'
  • Dinsdag, 16 Juli 2019 : Commentaar Simeon de Nieuwe Theoloog
          Luister naar mij alle rassen van mensen, koningen en prinsen, rijken en armen, monniken en leken, ik vertel u het verhaal van de grootheid van de liefde van God voor de mensen! Ik heb tegen Hem gezondigd zoals geen enkel ander mens op de wereld... En toch weet ik dat Hij me heeft geroepen en ik heb meteen geantwoord... Hij heeft mij geroepen tot berouw, en ik ben meteen mijn Meester gevolgd. Als Hij zich van mij verwijderde, achtervolgde ik Hem...; zo vertrok Hij, kwam Hij, verborg Hij zich, verscheen Hij en ik gaf het niet op, ik raakte niet ontmoedigd, en ik heb de weg niet verlaten...       Toen ik Hem niet zag, zocht ik Hem. Ik was in tranen, ik vroeg het aan iedereen, allen die Hem ooit hadden gezien. Aan wie vroeg ik het dan? Niet aan de wijzen van deze wereld noch aan de geleerden, maar aan de profeten, de apostelen, en de kerkvaderen – de wijzen die werkelijk die wijsheid bezaten, de Wijsheid van God, die Christus zelf is (1 Kor 1,24). In tranen en met pijn in het hart vraag ik hen om me te zeggen waar ze Hem ooit hebben gezien... En, toen Hij mijn verlangen zag, en ook dat alles wat in de wereld is en de wereld zelf niets voor mij waren... heeft Hij zich helemaal aan mij laten zien. Hij die buiten de wereld is, die de wereld en allen die in de wereld zijn, zowel de zichtbare als de onzichtbare dingen (Kol 1,16), met één hand vasthoudt, Hij is naar mij toe gekomen. Waar kwam Hij vandaan en hoe is Hij gekomen? Ik weet het niet... Het woord is niet in staat om het onbeschrijfelijke uit te drukken. Alleen zij die er innerlijk over mediteren, kennen die werkelijkheden. Daarom moet men zich niet met woorden, maar met daden haasten om de rijkdom van de goddelijke geheimen te gaan zoeken, te gaan zien en te gaan leren, ze worden door de Meester gegeven aan hen die ze zoeken.
  • Maandag, 15 Juli 2019 : Uit het boek Exodus 1,8-14.22.
    In die dagen kwam er in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had. Hij zei tegen zijn volk: ‘De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken!’ Er werden slavendrijvers aangesteld die de Israëlieten tot zware arbeid dwongen. Ze moesten voor de farao de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen. Maar hoe meer de Israëlieten onderdrukt werden, des te talrijker werden ze. Ze breidden zich zo sterk uit dat de Egyptenaren een afkeer van hen kregen. Daarom beulden ze hen af en maakten ze hun het leven ondraaglijk met zwaar werk: ze moesten stenen maken van klei en op het land werken, en ze werden voortdurend mishandeld. Toen gaf de farao aan heel zijn volk het bevel om alle Hebreeuwse jongens die geboren werden in de Nijl te gooien; de meisjes mochten in leven blijven.
  • Maandag, 15 Juli 2019 : Psalmen 124(123),1-3.4-6.7-8.
    Was de Heer niet met ons geweest, zo mag Israël zeggen, was de Heer niet met ons geweest, toen de mensen tégen ons waren, ze hadden ons levend verslonden, zo hevig was hun woede. Dan had het water ons meegesleurd, de stroom ons overspoeld. Wij zouden zijn overspoeld door het ziedende water. Geprezen de Heer, die ons niet ten prooi gaf aan hun tanden. Wij zijn als een vogel ontsnapt uit het net van de vogelvangers, het net is gescheurd en wij, wij zijn ontkomen. Het net is gescheurd en wij, wij zijn ontkomen. Onze hulp is de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"