16 september 2019

  • Maandag, 16 September 2019 : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs 2,1-8.
    Dierbare, voor alles vraat ik u gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij, onge­stoord en rustig, een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden. Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze heiland, die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen. Want God is een, een is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af. En ik ben daarvoor aangesteld als heraut en apostel ik spreek de waarheid, ik liet niet om de volken te onder­richten in het ware geloof. Ik wil dus dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden, de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht, die haat en ruzie uitsluit.
  • Maandag, 16 September 2019 : Psalmen 28(27),2.7.8-9.
    Hoor, Jahweh, mijn zuchten, Nu ik tot U smeek, En mijn handen hef Naar uw heilige woning. Jahweh is mijn schuts en mijn schild. Als mijn hart op Hem hoopt, word ik zeker geholpen; Daarom jubelt mijn hart, en zegen ik Hem met mijn lied! Jahweh is een schuts voor zijn volk, En voor zijn Gezalfde een machtige hulp. Red dus uw volk en zegen uw erfdeel; Weid hen en leid hen voor eeuwig!
  • Maandag, 16 September 2019 :
  • Maandag, 16 September 2019 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 7,1-10.
    Na afloop van zijn onderricht aan het luisterende volk, ging Hij naar Kafarnaum. Daar was een honderdman die een knecht had aan wie hem veel gelegen was; deze was ziek en lag op sterven. Omdat de honderdman van Jezus hoorde, zond hij enkele oudsten van de Joden naar Hem toe met het verzoek zijn knecht te komen genezen. Bij Jezus gekomen riepen zij met aandrang zijn hulp in. Ze zeiden: 'Hij verdient, dat Gij hem deze gunst bewijst, want hij houdt van ons volk en heeft op eigen kosten de synagoge voor ons gebouwd.' Daarop ging Jezus met hen mee. Maar toen Hij niet ver meer van het huis was, liet de honderdman Hem door vrienden zeggen: 'Heer, doe geen verdere moeite; ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt. Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken persoonlijk naar U toe te komen. Maar een woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen. Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat; en tot een ander: kom, en hij komt; en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.' Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd over hem. Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde: 'Ik zeg u: zelfs in Israel heb Ik zo'n groot geloof niet gevonden.' Toen de mensen die gestuurd waren, in het huis terugkeerden, vonden zij de knecht weer gezond.
  • Maandag, 16 September 2019 : Commentaar Catechismus van de Katholieke Kerk
    Het verlangen naar God is gegrift in het hart van de mens, want de mens is door en voor God geschapen; God houdt niet op de mens naar zich toe te trekken en de mens zal slechts in God de waarheid en het geluk vinden, die hij zonder ophouden zoekt.... In hun geschiedenis en tot op de dag van vandaag hebben de mensen op velerlei wijzen uitdrukking gegeven aan hun zoeken naar God, zowel in manier van geloven en godsdienstig gedrag (gebed, offer, eredienst, meditatie etc.). Ondanks de dubbelzinnigheden die deze uitdrukkingsvormen kunnen bevatten, zijn zij zo universeel, dat men de mens een godsdienstig wezen kan noemen..... Maar deze "innige en vitale verbondenheid met God" kan door de mens vergeten, miskend of zelfs uitdrukkelijk afgewezen worden. De oorsprong van een dergelijke houding kan heel verschillend zijn: opstand tegen het kwaad in de wereld, godsdienstige onwetendheid of onverschilligheid, de zorgen van de wereld en de rijkdom het slechte voorbeeld van de gelovigen, gedachten stromingen die het geloof vijandig gezind zijn en tenslotte de houding van de zondige mens die zich uit angst voor God verbergt en vlucht voor zijn oproep. "Verheugt u, u die Hem aanhangt" (Ps. 105, 3). Ook al kan de mens God vergeten of afwijzen, Hij, God, houdt niet op elke mens op te roepen Hem te zoeken opdat hij leeft en geluk vindt. Maar dat zoeken eist van de mens een volledige inzet van zijn verstand, de oprechtheid van zijn wil, een oprecht hart" en ook het getuigenis van anderen die hem leren God te zoeken. 'Groot bent U, Heer, en alle lof waardig'; 'Groot is uw macht en uw wijsheid is onbegrensd' (Ps 144,3; 146,5). Loven wil u een mens, een klein deeltje van Uw schepping, en dan nog wel de mens die, sterfelijk als hij is, het bewijs van zijn zonden en het bewijs dat U de hovaardigen weerstaat (Jc 4,6), met zich draagt. Toch wil de mens U loven, de mens, die maar een onderdeel is van Uw schepping. Uzelf zet hem hiertoe aan. U maakt dat hij er zijn vreugde in vindt U te loven. Want U hebt ons gemaakt voor U en onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U. (H. Augustinus, Confessionus 1,1,1).
  • Zondag, 15 September 2019 : Uit het boek Exodus 32,7-11.13-14.
    In die tijd sprak de Heer tot Mozes: “Ga naar beneden, want het volk dat gij uit Egypte hebt geleid is tot zonde vervallen. Ze zijn nu al afgeweken van de weg, die Ik hun had voorgeschreven, ze hebben een stierenbeeld gemaakt, ze buigen zich daarvoor neer, ze dragen er offers voor op en schreeuwen: Israël, dit is de god, die u uit Egypte heeft geleid.” Ook sprak de Heer tot Mozes: “Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is. Laat Mij begaan, dan kan Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen. Maar van u zal Ik een groot volk maken.” Mozes trachtte de Heer, zijn God, gunstig te stemmen en vroeg: “Waarom Heer, uw toorn laten woeden tegen uw volk dat Gij met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid? tegen het volk dat Gij met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid? Denk aan uw dienaren Abraham, Isaäk en Israël, aan wie Gij onder ede beloofd hebt. Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en heel het land waarover Ik heb gesproken, zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven. Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn.” Toen zag de Heer af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd.
  • Zondag, 15 September 2019 : Psalmen 51(50),3-4.12-13.17.19.
    God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden. Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg. Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen. Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"