25 mei 2019

  • Zondag, 26 Mei 2019 : Uit de Handelingen der apostelen 15,1-2.22-29.
    In die dagen waren enige mensen die van Judea waren gekomen en aan de broeders de leer verkondigden: 'Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden, kunt ge niet gered worden.' Toen hierover strijd ontstond en Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeen­te op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Toen besloten de apostelen en de oudsten samen met de hele gemeente enige mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barna­bas naar Antiochie te sturen: Judas, bijgenaamd Barsabbas, en Silas, mannen van aanzien onder de broeders, en hun het volgende schrijven mee te geven: 'De aposte­len en de oudsten zenden aan de broe­ders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië hun broeder­lijke groet. Daar wij gehoord hebben dat sommigen van ons u door woorden in verwar­ring hebben gebracht en uw gemoederen verontrust, zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen, hebben wij eenstemmig besloten enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus, mensen die zich geheel en al hebben ingezet voor de naam van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd, die ook mondeling hetzelfde zullen overbren­gen. De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dan de onvermijdelijke: u te onthou­den van spijzen die aan afgoden geofferd zijn, van bloed, van wat verstikt is en van ontucht. Als gij uzelf daarvoor in acht neemt zal het u goed gaan. Vaarwel!'
  • Zondag, 26 Mei 2019 : Psalmen 67(66),2-3.5.6.8.
    God, wees ons genadig en zegen ons, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen, dan zal men op aarde uw weg leren kennen, in heel de wereld uw reddende kracht. Laten de naties juichen van vreugde, want u bestuurt de volken rechtvaardig en regeert over de landen op aarde. Dat de volken U loven, God, dat alle volken U loven. Moge God ons blijven zegenen, zodat men ontzag voor Hem heeft tot aan de einden der aarde.
  • Zondag, 26 Mei 2019 : Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes 21,10-14.22-23.
    Een engel bracht mij Johannes, in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige stad Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde, Stralend van de heerlijkheid God; zij schitterde als het kostbaarste gesteente en als een kristalheldere jaspis. De stad wat omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten en bij elke poort stonden twaalf engelen. namen waren daarop gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israëls zonen. Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen. En de stadsmuur had twaalf grondstenen en daarop stonden de twaalf namen van de twaalf apostelen van het lam. Maar een tempel zag ik er niet; want de God, de Heer, de Albeheerser, is haar tempel; zoals ook het Lam. En de Stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig want de luister van God verlicht haar en haar lamp is het Lam.
  • Zondag, 26 Mei 2019 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 14,23-29.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhou­den, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhou­den, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet; het woord dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft. Dit zeg Ik u, terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb. Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. Gij heb Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven.
  • Zondag, 26 Mei 2019 : Commentaar H. Johannes-Paulus II
    Na zijn verrijzenis, ging Christus die als Mensenzoon en Lam Gods “de geest gegeven had” op het kruis (Joh 19,30), maar de apostelen, en Hij “blies over hen” (Joh. 20,22)... De komst van de Heer vervult de aanwezigen met vreugde: “Hun droefenis verkeert in vreugde” (cf Joh 16,20),, zoals Hij zelf reeds beloofd had voor zijn lijden. En vooral de voornaamste belofte van de afscheidsrede wordt vervuld: als het ware een nieuwe schepping beginnend “brengt” de verrezen Christus de Heilige Geest aan de apostelen. Hij brengt Hem tegen de prijs van zijn “heengaan”; Hij geeft hun deze Geest om zo te zeggen door de wonden van zijn kruisiging: “Hij toonde hun zijn handen en zijn zijde” (Joh 20,20). Het is uit kracht van deze kruisiging dat Hij hun zegt: “Ontvangt de Heilige Geest” (v. 22). Zo wordt er een nauwe band gevestigd tussen de zending van de Zoon en de zending van de Heilige Geest. De Heilige Geest wordt (na de erfzonde) niet gezonden zonder het kruis en de verrijzenis: “Als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen” (Joh. 16, 7). Ook in de verlossing wordt een nauwe band gevestigd tussen de zending van de Heilige Geest en de zending van de Zoon. De zending van de Zoon vindt in zekere zin haar “voltooiing” in de verlossing. De zending van de Heilige Geest “put” uit de verlossing: “Hij zal u verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft”(Joh. 16,15). De verlossing wordt geheel bewerkt door de Zoon als de Gezalfde die gekomen is en gehandeld heeft uit kracht van de Heilige Geest en zich tenslotte als offer aangeboden heeft op het hout van het kruis. En deze verlossing wordt tegelijk voortdurend bewerkt in het hart en het geweten van de mensen – in de geschiedenis van de wereld – door de Heilige Geest die de “andere Helper” is (Joh 14,16).
  • Zaterdag, 25 Mei 2019 : Uit de Handelingen der apostelen 16,1-10.
    In die dagen kwam Paulus te Derbe en Lystra. Er was daar een leerling, Timoteüs genaamd, de zoon van een gelovig geworden joodse vrouw, maar van een Griekse vader. Omdat hij een goede naam had bij de broeders van Lystra en Ikonium, wenste Paulus hem als reisgezel. Omwille van de Joden die in die streek woonden, liet hij hem besnijden, want iedereen wist dat zijn vader een Griek was. In de steden waar zij doorkwa­men, kondigden zij voor de gelovigen de besluiten af, die genomen waren door de apostelen en oudsten in Jeruzalem. Zo werden de gemeenten versterkt in het geloof en ze namen met de dag in omvang toe. Daarna trokken ze door Frygië en de landstreek Galatië, omdat zij door de heilige Geest ervan weerhouden waren het woord te verkondigen in Asia. In Mysië gekomen maakten zij aanstalten om naar Bitynië te reizen, maar de Geest van Jezus stond hun dit niet toe. Zij trokken dus door Mysië en gingen naar Troas. Daar had Paulus 's nachts een visioen; er stond een Macedoniër voor hem die hem smeekte: 'Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.' Na zijn visioen zochten wij onmid­dellijk een gelegen­heid om naar Macedonië te vertrek­ken, want we maakten er uit op, dat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen.
  • Zaterdag, 25 Mei 2019 : Psalmen 100(99),1-2.3.5.
    Juicht voor de Heer, alle landen dient met vreugde de Heer, treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn. Waarlijk de Heer is God. Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde zijn volk. Hij is ons goed gezind, eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"