20 januari 2020

  • Maandag, 20 Januari 2020 : Uit het 1e boek Samuël 15,16-23.
    In die dagen zei Samuël tegen Saul. ‘Laat me u vertellen wat de Heer mij vannacht gezegd heeft.’ ‘Zoals u wilt,’ zei Saul, en Samuël zei: ‘U mag dan in uw eigen ogen onbelangrijk zijn, toch staat u aan het hoofd van de stammen van Israël, nietwaar? De Heer heeft u gezalfd tot koning van Israël, en de Heer heeft u erop uitgestuurd met de opdracht om de Amalekieten, die zondaars, te vernietigen en ze te bestrijden tot ze volledig waren uitgeroeid. Waarom hebt u niet geluisterd naar wat de Heer u heeft gezegd? Waarom hebt u zich op de buit gestort en iets gedaan dat slecht is in de ogen van de Heer?’ ‘Maar ik heb toch geluisterd naar wat de Heer gezegd heeft!’ wierp Saul tegen. ‘Ik ben er toch op uitgetrokken zoals de Heer me heeft opgedragen! Koning Agag heb ik gevangengenomen en de rest van de Amalekieten heb ik gedood. En de soldaten hebben de beste van de buitgemaakte schapen, geiten en runderen voor vernietiging gespaard om ze in Gilgal te offeren aan de Heer, uw God.’ Daarop zei Samuël: ‘Schept de Heer meer behagen in offers dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de Heer verworpen; daarom verwerpt hij u als koning!’
  • Maandag, 20 Januari 2020 : Psalmen 50(49),8-9.16bc-17.21.23.
    Ik maak u over offers geen verwijt: uw offerdieren zie Ik aldoor branden. Ik wil geen stier meer hebben uit uw huizen en rammen uit uw schaapskooi vraag Ik niet. Hoe waagt gij het, over mijn geboden te spreken, En uw mond vol te hebben van mijn Verbond, Wat spreekt gij aldoor over mijn geboden en hebt ge mijn verbond steeds op de tong? Gij die van tucht een afkeer hebt en nimmer acht slaat op mijn woorden. Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet? Of meent ge soms dat ik aan u gelijk ben? Ik klaag u aan, Ik leg u alles voor. Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk, wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.
  • Maandag, 20 Januari 2020 :
  • Maandag, 20 Januari 2020 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 2,18-22.
    Toen de leerlingen van Johannes en de Farizeeën eens een vasten­dag hielden, kwam men Jezus vragen: 'Waarom vasten de leerlingen van Johannes en die van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?' Jezus sprak tot hen: 'Kunnen dan de vrienden van de bruidegom vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom in hun midden hebben, kunnen ze niet vasten. Er zullen echter dagen komen dat de bruide­gom van hen is weggeno­men en dan, in die tijd, zullen ze vasten. Niemand naait een verstellap van ongekrompen stof op een oud kleed. Anders trekt het ingezette stuk eraan, het nieuwe aan het oude, en de scheur wordt nog groter. En niemand doet jonge wijn in oude zakken, anders doet de wijn de zakken bersten en de wijn gaat verloren met de zakken. Neen, jonge wijn in nieuwe zakken.'
  • Maandag, 20 Januari 2020 : Commentaar H. Johannes-Paulus II
          Hier zijn de woorden van de brief aan de Christenen van Efeze van fundamentele betekenis: "Mannen, hebt uw vrouwen lief, zoals Christus de Kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, en te reinigen door het waterbad en door het woord; om zich een heerlijke Kerk te bereiden zonder vlek of rimpel of iets van dien aard, maar heilig en zonder enige smet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf....De man zal zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, er die twee zullen één vlees zijn. Dit geheim is groot; ik bedoel: zijn verhouding tot Christus en de Kerk" (Ef. 5, 25-32)...       Het paasmysterie openbaart de bruidsliefde van God tot op de bodem. Christus is de Bruidegom, omdat Hij "zichzelf gegeven heeft": zijn lichaam is "gegeven", zijn bloed is "vergoten." (Lc 22,19.20).  Op deze wijze beminde Hij "tot het uiterste toe." (Joh 13,1). De "oprechte gave" in het kruisoffer doet op definitieve wijze het bruidskarakter van de liefde van God uitkomen. Christus is de Bruidegom van de Kerk, als Verlosser van de wereld. De Eucharistie is het sacrament van onze verlossing. Het is het sacrament van de Bruidegom, van de Bruid. De Eucharistie stelt de verlossingsdaad van Christus, die de Kerk, zijn lichaam, "schept", tegenwoordig en realiseert haar op sacramentele wijze. Christus is met dit "lichaam" verenigd als de Bruidegom met de Bruid. Dit alles ligt vervat in de brief aan de Christenen van Efeze. In het "diepzinnige geheim" van Christus en van de Kerk wordt de blijvende "eenheid van de twee" opgenomen, welke van het "begin" af gevormd is tussen man en vrouw.
  • Zondag, 19 Januari 2020 : Uit profeet Jesaja 49,3.5-6.
    De Heer sprak tot mij: ''Gij zijt mijn dienstknecht, Israël, door u toon Ik mijn heerlijkheid.' Toen sprak de Heer, die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar om Jakob naar hem terug te brengen, om Israël rond hem te verzamelen – dat ik aanzien zou genieten bij de Heer en dat mijn God mijn sterkte zou zijn. Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’
  • Zondag, 19 Januari 2020 : Psalmen 40(39),2.4.7-8.9.10.
    Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt Hij heeft zich tot mij neergebogen, mijn roep verhoord. Hij legde in mijn mond een nieuw gezang, een lied voor onze God. En velen zullen zien en vrezen en vertrouwen op de Heer. Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd, maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend. Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mijn; Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangt, Gij vraagt geen brandoffers, geen zoenoffer van mij; maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend. dus zei ik: ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat: dat ik uw wil volbreng. Mijn God, dat is het wat ik wil, uw wet staat in mijn hart geschreven. Aan velen heb ik uw rechtvaardigheid bekendgemaakt, ik hield mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het. Nooit heb ik uw rechtvaardigheid verborgen in mijn hart,

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"