01 april 2020

  • Woensdag, 1 April 2020 : Uit de profeet Daniël 3,14-20.91-92.95.
    In die dagen vroeg koning Nebukadnessar aan de mannen Sadrak, Mezak en Abednego: “Is het waar dat gij mijn god niet vereert en het gouden beeld, dat ik heb opgericht, niet aanbidt? Welnu, zijt gij bereid om bij het horen van de klanken van hoorn en fluit, van citer, luit en harp, van doedelzak en allerlei andere muziekinstrumenten u neer te werpen en het beeld te aanbidden dat ik gemaakt heb? Weigert gij dat, dan wordt ge op staande voet in het laaiende vuur van een oven geworpen en welke god zal u dan uit mijn macht kunnen bevrijden?” Zij gaven de koning ten antwoord: “Nebukadnessar, wij vinden het niet nodig op uw vraag een antwoord te geven. Als er een god is die dat kan, dan is het onze God, die wij vereren: Hij is in staat ons te bevrijden uit het laaiende vuur van een oven en Hij zal ons ontrukken aan uw greep, koning. Zij gaven de koning ten antwoord: “Nebukadnessar, wij vinden het niet nodig op uw vraag een antwoord te geven. Hij is in staat ons te bevrijden uit het laaiende vuur van een oven en Hij zal ons ontrukken aan uw greep, koning. Maar de koning zij ervan overtuigd, dat, ook als God ons niet redt, wij uw god niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht niet zullen aanbidden.' Toen werd Nebukadnessar woedend op Sadrak, Mesak en Abednego en zijn gelaat vertrok; hij gaf bevel de oven zevenmaal heter te stoken dan gewoonlijk en de sterkste kerels uit zijn leger droeg hij op, Sadrak, Mesak en Abednego te binden, en in de laaiende vuuroven te werpen. Maar plots schrok koning Nebukadnessar, stond ijlings op en zei tot zijn raadsheren: “Wij hebben toch drie mannen geboeid in het vuur geworpen?” Zij gaven de koning ten antwoord: “Zeker, koning!” Hij hernam: “Maar ik zie vier mannen ongeboeid en zonder letsel zich in het vuur bewegen, de vierde gelijkt op een godenzoon.” Toen sprak Nebukadnessar: “Geloofd zij de God van Sadrak, Mezak en Abednego: Hij heeft zijn engel gezonden om zijn dienaren te redden, die vol vertrouwen op Hem het bevel van de koning hebben overtreden en hun lichamen hebben prijsgegeven, omdat ze geen god wilden vereren of aanbidden dan hun eigen God.”
  • Woensdag, 1 April 2020 : Uit de profeet Daniël 3,52.53.54.55.56.
    Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer vaderen, U komt de lof toe in alle eeuwen. Geprezen uw heilige roemrijke Naam, U komt de lof toe in alle eeuwen. Geprezen zijt Gij in het huis van uw glorie, U komt de lof toe in alle eeuwen. Geprezen zijt Gij op de troon van uw koninkrijk, U komt de lof toe in alle eeuwen. Geprezen zijt Gij, die de diepten doorschouwt, tronend op kerubs, in alle eeuwen. Geloofd zijt Gij in het firmament van de hemels, U komt de lof toe in alle eeuwen
  • Woensdag, 1 April 2020 :
  • Woensdag, 1 April 2020 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 8,31-42.
    In die tijd zei Jezus tot de Joden die in Hem geloofden: 'Indien gij trouw blijft aan mijn woord, zijt gij waarlijk mijn leerlingen. Dan zult ge de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken. Men wierp op: 'Wij zijn van Abrahams geslacht en nooit iemands slaaf geweest. Hoe kunt Gij dan zeggen: gij zult vrij worden?' Jezus antwoordde hun: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: alwie zonde doet, is slaaf van de zonde, en de slaaf blijft niet voor eeuwig in het huis. De Zoon blijft voor eeuwig. Als de Zoon u vrijmaakt, zult gij werkelijk vrij zijn. Ik weet dat gij van Abrahams geslacht zijt; niettemin zoekt gij Mij te doden, omdat mijn woord bij u geen ingang vindt. Ik verkondig wat Ik bij de Vader heb gezien, maar gij doet wat gij van uw vader gehoord hebt.' Zij antwoordden Hem: 'Onze vader is Abraham!' Daarop zei Jezus hun: 'Als gij kinderen van Abraham zijt, doet dan ook de werken van Abraham. Thans echter zoekt gij Mij, een mens te doden, terwijl Ik u de waarheid heb gezegd, die Ik van God heb gehoord. Zoiets deed Abraham niet. Gij doet de werken van uw vader.' Zij zeiden Hem: 'Wij zijn niet uit ontucht geboren; een vader hebben wij en dat is God.' Jezus zeide hun: 'Als God uw vader was, zoudt gij Mij beminnen, want van God ben Ik uitgegaan en van Godswege ben Ik hier. Neen, Ik ben niet uit Mijzelf geko­men, maar Hij heeft Mij gezonden.
  • Woensdag, 1 April 2020 : Commentaar Z. Columba Marmion
    Door het geloof verbinden we ons met Christus en het huis van ons bovennatuurlijke leven wordt door Hem stevig en stabiel. Christus laat ons deelnemen aan de stabiliteit van de goddelijke rots waarover de razernij van de hel niet kan zegevieren (vgl.Mt 16,18). Ook worden we door de goddelijke ondersteuning overwinnaars van de aanvallen en verleidingen van de wereld en van de duivel, de prins van de wereld (1Joh 5,4). De duivel en de wereld waar de duivel zich van bedient als een handlanger, doen ons geweld aan of verzoeken ons; door het geloof in het woord van Jezus zullen we als overwinnaars uit deze aanvallen komen. (…) De duivel is “vader van de leugen en de prins van de duisternis” (vgl. Ef 6,12), terwijl God “de waarheid en het licht is zonder een spoor van duisternis” (vgl. Joh 14,6; 1Joh 1,5). Als wij altijd naar God luisteren dan zullen we altijd overwinnaars zijn. Toen onze Heer die in alle dingen ons voorbeeld is, beproefd werd, wat heeft Hij toen gedaan om de beproeving af te duwen? Tegen elke uitnodiging van de kwade heeft Hij de autoriteit van het woord van God gesteld. Wij moeten hetzelfde doen, en de aanvallen van de hel van ons afduwen door het geloof in het woord van Jezus (…) Wat er waar is wat betreft de duivel, is het voor de wereld: door het geloof zijn we er de overwinnaars van. Wanneer je een levend geloof in Christus hebt, dan ben je niet bevreesd voor moeilijkheden of tegenkrachten of voor het oordeel van de wereld, omdat je weet dat Christus in je woont door het geloof en dat je op Hem steunt.
  • Dinsdag, 31 Maart 2020 : Lezing uit het boek Numeri 21,4-9.
    In die tijd trokken de Hebreeën van de berg Hor in de richting van de Rietzee, want zij wilden om Edom heentrekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. Het keerde zich tegen God en tegen Mozes: “Hebt gij ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn? Er is geen brood, er is geen water en dat minderwaardige eten staat ons tegen.” Toen zond de Heer giftige slangen op het volk af. Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood. Nu kwam het volk naar Mozes en zei: “Wij hebben gezondigd, want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u gekeerd. Bid de Heer, dat hij die slangen van ons wegneemt.” Toen bad Mozes voor het volk en de Heer zei tot hem: “Maak zo'n giftige slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en er naar opziet, zal in leven blijven.” Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.
  • Dinsdag, 31 Maart 2020 : Psalmen 102(101),2-3.16-18.19-21.
    Heer, verhoor mijn gebed, laat mijn geroep U bereiken. Verberg uw gelaat niet voor mij, wanneer de zorgen mij drukken. Schenk mij uw aandacht, Heer, verhoor mij zodra ik U aanroep. De heidenen zullen uw Naam weer duchten, de vorsten der aarde uw heerlijkheid wanneer Gij de muren van Sion herbouwt, wanneer Gij daar weerkeert in volle luister, wanneer Gij de stem der geplunderden hoort, hun smeekbeden niet naast U neerlegt. Stelt dit dan op schrift voor het komend geslacht en laat onze zonen de Heer ervoor danken. De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte, Hij ziet uit de hemel op aarde neer Hij zal het geschrei der gevangenen horen, verlossen die aan de dood zijn gewijd.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"