• Dinsdag 7 Februari : Uit het boek Genesis 1,20-31.2,1-4a.
    God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag. God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was. God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag. Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk. Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde.
  • Dinsdag 7 Februari : Psalmen 8,4-5.6-7.8-9.
    Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door U daar bevestigd, Wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt, het mensenkind dat U naar hem omziet? Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen, hem omkleed met schoonheid en met pracht; heel uw schepping aan hem onderworpen, alles aan zijn voeten neergelegd. Runderen en schapen overal, ook de wilde dieren op de velden; vogels in de lucht en vissen in de zee, al wat wemelt in de oceanen.
  • Dinsdag 7 Februari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 7,1-13.
    Eens kwamen de Farizeeën en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem bij Jezus tezamen, en zagen dat sommige van zijn leerlingen met onreine, dat wil zeggen, ongewassen handen aten. De Farizeeën immers en al de Joden eten niet zonder zich eerst de handen te hebben gewassen met een handvol water, daar ze vasthouden aan de overlevering van de voorvaderen; komen ze van de markt, dan eten ze niet, voordat zij zich gereinigd hebben; zo zijn er nog vele andere dingen waaraan ze bij overlevering vasthouden: het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk. Daarom stelden de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem de vraag: 'Waarom gedragen uw leerlingen zich niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar eten zij met onreine handen?' Hij antwoordde hun: 'Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd! Zo staat er geschreven: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij. Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren. Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen: kruiken en bekers afwassen en meer van dergelijke dingen doet ge. Het is fraai, vervolgde Hij, dat gij het gebod van God buiten werking stelt om uw overlevering te handhaven! Mozes heeft immers gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet sterven. En toch leert gij: Als iemand tot zijn vader of moeder zegt: alles waarmee ik u zou kunnen helpen, is Korban, dat betekent: offergave, dan staat ge hem niet meer toe iets voor zijn vader of moeder te doen. Zo maakt ge het woord Gods krachteloos ten gunste van uw overleve­ring die gij doorgeeft. En ge doet meer van dergelijke dingen.'
  • Dinsdag 7 Februari : H. Cyrillus van Jeruzalem
               Door de hemelse Vader te eren, eren wij ook onze vaders in het vlees: want de Heer zelf heeft dit duidelijk bevolen in de Wet en de Profeten: "Eer uw vader en uw moeder, opdat u gelukkig bent en lang leeft op aarde" (Ex 20:12). Laat dit gebod vooral gehoord worden door hen die een vader en moeder hebben. Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is een praktijk die de Heer behaagt.             Want de Heer heeft immers niet gezegd: "Wie vader of moeder liefheeft, is Mij niet waard" (Mt 10,37); laat uw onwetendheid u dit goede voorschrift niet verkeerd uitleggen, maar Hij heeft er dit aan toegevoegd: "Meer dan Ik." Want als de vaders van deze wereld een mening hebben die tegengesteld is aan de Vader in de hemel, dan moet het goddelijke woord worden gehoorzaamd. Maar wanneer zij zich in geen enkel opzicht tegen onze barmhartigheid verzetten, is het verachten ervan een ondankbare houding en het vergeten van hun weldaden aan ons. (...)             De eerste van de deugden van de christenen is mededogen: de ouders eren, het leed van hen die ons het leven hebben geschonken wegnemen, en naar vermogen vrede voor hen bewerkstelligen; al zouden wij hun veel van hun weldaden belonen, dan nog zouden wij hun nooit op onze beurt het leven kunnen schenken. En als zij door ons vrede genieten, zullen zij ons versterken met de zegeningen die de listige Jakob door bedrog heeft weggerukt. Moge de Vader in de hemel, die behagen heeft in onze goede wil, ons waardig achten om te stralen als de zon in het gezelschap van de rechtvaardigen in het koninkrijk van onze Vader, aan wie de heerlijkheid toekomt met de Eniggeboren en Redder Jezus Christus, met de heilige en levengevende Geest, nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
  • Maandag 6 Februari : Uit het boek Genesis 1,1-19.
    In het begin schiep God hemel en aarde. Maar de aarde was nog ongeordend en leeg, over de wereldzee heerste duisternis, en Gods Geest zweefde over de wateren. God sprak: Daar zij licht. En er was licht. En God zag, dat het licht goed was. Nu scheidde God het licht van de duisternis; het licht noemde Hij dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Zo werd het avond en morgen: de eerste dag. God sprak: Er zij een uitspansel tussen de wateren, om de wateren van elkander te scheiden. Zo geschiedde. God maakte het uitspansel, en scheidde het water onder het uitspansel van het water daarboven; het uitspansel noemde God hemel. Weer werd het avond en morgen: de tweede dag. God sprak: Het water onder de hemel moet samenvloeien naar één plaats, zodat het droge te voorschijn komt. Zo geschiedde. Het droge noemde God aarde, het saamgevloeide water noemde Hij zee. En God zag, dat het goed was. God sprak: De aarde moet groene planten voortbrengen, zaaddragend gewas en vruchtbomen, die zaadvruchten dragen op aarde, elk naar zijn soort. Zo geschiedde. De aarde deed groene planten ontspruiten, zaaddragend gewas, en bomen, die zaadvruchten dragen, elk naar zijn soort. En God zag, dat het goed was. Weer werd het avond en morgen: de derde dag. God sprak: Er moeten lichten komen aan het hemelgewelf, om de dag en de nacht van elkaar te scheiden; zij moeten ook tot tekenen dienen voor vaste tijden, dagen en jaren; en als lichten staan aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten. Zo geschiedde. God maakte de beide grote lichten: het grootste licht om de dag te beheersen, en het kleinste om heerschappij te voeren over de nacht; bovendien de sterren. God plaatste ze aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten, om te heersen over de dag en de nacht, en om licht en duisternis van elkander te scheiden. En God zag, dat het goed was. Weer werd het avond en morgen: dat was de vierde dag.
  • Maandag 6 Februari : Psalmen 104(103),1-2a.5-6.10.12.24.35c.33a.
    Prijs de Heer, mijn ziel. Heer, mijn God, hoe groot bent U. Met glans en glorie bent u bekleed, in een mantel van licht gehuld. U hebt de aarde op pijlers vastgezet, in eeuwigheid wankelt zij niet. De oerzee bedekte haar als een kleed, tot boven de bergen stonden de wateren. U leidt het water van de bronnen door beken, tussen de bergen beweegt het zich voort. Daarboven wonen de vogels van de hemel, uit het dichte groen klinkt hun gezang. Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer. en alles in wijsheid gemaakt, de aarde is vol van uw schepsels. Prijs de Heer, mijn ziel: Voor de Heer wil ik zingen zolang ik leef.
  • Maandag 6 Februari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 6,53-56.
    In die tijd toen Jezus en zijn leerlingen overgestoken waren, bereikten zij de kust van Gennesaret en liepen de haven binnen. Zodra zij uit de boot gestapt waren, herken­den de mensen Hem. Zij liepen heel de streek af en men begon de zieken op hun bedden naar de plaats te dragen waar men hoorde dat Hij was. Waar Hij maar binnenkwam, in dorp of stad of gehucht, legde men de zieken op de pleinen en smeekte Hem, of ze tenminste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen die dit deden, werden gezond.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"