Overweging door Pater van der Salm, Pr.

Lezingen:
Nehemia 8,2-4a.5-6.8-10
Lucas 1,1-4.4,14-21

In beide lezingen van vandaag komen we entoesiaste mensen tegen, mensen die geraakt zijn tot in hun diepste wezen, tot in hun ziel, door wat zij horen. De eerste lezing leidt ons naar het verwoeste Jeruzalem. Het is de zesde eeuw voor Christus. De Joden zijn door Gods hulp teruggekeerd uit de Babylonische ballingschap, die zo’n 50 jaar heeft geduurd. Nu zijn ze terug. Jeruzalem ligt in puin en de tempel is verwoest. En daar is Ezra, de priester, die voorleest uit de Schrift, en daar zijn de schriftgeleerden die uitleg geven.

Diep aangegrepen was  het volk, zo diep dat allen ‘in tranen uitbarstten toen ze de woorden van de wet hoorden.’ Dat was dus wat ze hoorden: de woorden van de wet. Niet zomaar de wet, maar de woorden van de wet, van het Verbond tussen God en de mens. De wet van Gods goedheid, van liefde en vrede. De wet van er zijn voor God en voor elkaar, en het volk is erg bedroefd omdat ze die wet dikwijls hadden overtreden. Vandaar dat ze in tranen uitbarsten.

Voor het eerst geeft Jezus, in het evangelie van vandaag, onderricht in de synagoge van Nazareth, het dorp waar Hij woont, en heel uitdrukkelijk leest Hij woorden van Jesaja voor. ‘De Geest van de Heer rust op Mij’, leest Hij, ‘om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, om aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen, aan blinden het licht in hun ogen, om verdrukten in vrijheid te laten gaan, en een jaar af te kondigen dat de Heer welgevallig is.’ Vol spanning houden alle toehoorders de ogen op Jezus gevestigd, en Hij beantwoordt die spanning met woorden vol belofte: ‘Het Schriftwoord dat gij zojuist hebt gehoord, is vandaag in vervulling gegaan.’

Het volk dat aangegrepen is door het Woord van God, het volk dat vol spanning naar Jezus opkijkt … Wat zou het goed zijn, wat zou de wereld er heel anders uitzien, mochten ook wij, mochten alle mensen zo aangegrepen worden door het Woord van God. Want ook tot ons en tot alle mensen zegt Jezus dat dit Schriftwoord vandaag in vervulling gaat. Niet alleen in het verleden, niet in de toekomst, maar vandaag. Want zo werkt Woord van God: elke dag opnieuw.

‘Wees barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is’ zegt Jezus iets verderop in het evangelie, en vandaag leest  Hij voor wat die barmhartigheid inhoudt: ofwel in onze tijd: er zijn voor mensen in nood, voor armen, zieken, blinden, daklozen. Voor mensen die te arm zijn om echt te kunnen leven, mensen die ziek zijn van ellende, die blind zijn voor het leven, die gevangen zitten in zichzelf. Als er iets is wat we ons als christenen moeten afvragen, is het of we ons ten minste een beetje inspannen om te leven naar die woorden van God, van Jezus. Proberen even barmhartig te zijn als God, onze Vader, is voor ons niet haalbaar. Geheel barmhartig zullen we zeker niet altijd zijn, maar we kunnen wel meevoelen, meedenken, meewerken, steunen. Dikwijls doet ook onze Kerk daarvoor vaak een beroep op ons, en het is goed dat ze dat doet. We kennen de Vastenaktie, Solidaridad in de Adventstijd. Miva, Memisa.  Steunen we ten minste de inzet van anderen? Of dichter bij huis? Je inzetten als vrijwilliger in onze geloofsgemeenschap. Of gaat ons geloof niet verder dan woorden, maar dan wel woorden zonder daden?

Woorden uit de Schrift kunnen richtingwijzers zijn. Soms kun je zo geraakt zijn door een tekst alsof de tekst voor jou geschreven is. Geregeld op zondag lezen we hier teksten uit het Oude en Nieuwe Testament. We staan in een traditie van vele eeuwen en luisteren naar oude woorden, de woorden die het Joodse volk droegen, die Jezus droegen.

Jezus zegt: ‘Het Schriftwoord dat gij zojuist hebt gehoord, is vandaag in vervulling gegaan.’ Met Jezus is dat Woord inderdaad echt in vervulling gegaan, maar gaat het vandaag ook met ons en door ons in vervulling? Mogen Jezus en zijn woorden  voor ons zijn, als een soort kompas dat ons helpt onderweg te kiezen welke richting we nemen in ons leven. Amen