• Woensdag 25 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 17,15.22-34.18,1.
    In die dagen brachten Paulus' begeleiders hem weg tot Athene en vertrokken met de boodschap voor Silas en Timoteus om zich zo snel mogelijk weer bij hem te voegen. In Athene aangekpmen ging Paulus midden op de Areopa­gus staan en nam het woord.: 'Mannen van Athene, ik zie aan alles hoe diep godsdienstig gij zijt. Want toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert, ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift: Aan een onbekende god. Welnu, wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen. De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is. Hij die de Heer is van hemel en aarde, woont niet in door handen gemaakte tempels. Ook wordt Hij niet door mensenhanden verzorgd, alsof Hij iemand nodig heeft, want Zelf geeft Hij aan ieder leven en adem, ja alles. Heel het mensen­geslacht deed Hij uit een ontstaan, om de gehele oppervlak­te van de aarde te bewonen, waarbij Hij de seizoenen vaststelde, en de grenzen van hun woongebied, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem misschien al tastende zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder van ons. Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn; zoals sommige van uw eigen dichters hebben gezegd: Want wij zijn van zijn geslacht. Als wij dus tot Gods geslacht behoren, moet en we niet menen dat het goddelijke gelijken zou op goud of zilver of steen, op een voortbrengsel van menselijke kunde en vernuft. Zonder acht te slaan op die tijden van onwetend­heid laat God thans aan de mensen de boodschap brengen, dat zij zich allen en overal moeten bekeren. Hij heeft immers een dag vastge­steld, waarop Hij de wereld naar rechtvaar­digheid gaat oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd. Aan allen gaf Hij het bewijs daarvan door Hem uit de doden te doen opstaan.' Maar toen zij van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmee, terwijl anderen zeiden: 'Daarover zullen wij u bij gelegen­heid nog wel eens horen.' Zo ging Paulus van hen weg. Toch sloten sommigen zich bij hem aan en kwamen tot het geloof, onder wie Dionysius en Areopa­giet en een vrouw die Damaris heette, en nog anderen. Hierna vertrok Paulus uit Athene en kwam in Korinte.
  • Woensdag 25 Mei : Psalmen 148(147),1-2.11-12.13.14.
    Loof de Heer, bewoners van de hemel, loof Hem daar in de hoogten, loof Hem, al zijn herauten, loof Hem, heel zijn engelenmacht. Koningen van de aarde en alle naties, vorsten en alle leiders van de aarde, jonge mannen en jonge vrouwen, oud en jong tezamen. Laten zij loven de naam van de Heer, alleen zijn naam is hoogverheven, zijn luister gaat aarde en hemel te boven. Hij verhoogt het aanzien van zijn volk, de roem van al wie Hem trouw zijn, het volk van Israël, dat Hem nabij is.
  • Woensdag 25 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 16,12-15.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen; Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheer­lijken, omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Ik zei dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft, omdat al wat de Vader heeft het mijne is.
  • Woensdag 25 Mei : H. kardinaal John Henry Newman
          De Heer heeft op het moment dat Hij de apostelen verliet, getroost, omdat ze verdriet hadden, en beloofde een andere gids en leraar, in wie ze vertrouwen konden hebben en die er nog meer voor hun zou zijn, dan Hij dat zelf was geweest. (...) Maar deze nieuwe barmhartige Trooster, die een nog grotere genade bracht, kon niet verbergen of verduisteren wat eraan vooraf was gegaan. (...) Hoe zou Hij zichzelf anders kunnen tonen dan de Zoon te openbaren, want Hij is één met de Zoon, de Geest werkt in de Zoon? Hoe zou het mogelijk zijn dat Hij niet een nieuwe licht op het mededogen en de volmaaktheden liet schijnen van Hem, van wie de dood op het kruis voor de heilige Geest een barmhartige toegang tot het hart van de mens opende? (...)       Christus zei expliciet tegen zijn apostelen: “Hij zal me verheerlijken”. (...) Hoe brengt de heilige Geest heerlijkheid aan de Zoon van God? Hij openbaart dat Hij die zich uitgaf voor de Mensenzoon, de eniggeboren Zoon van de Vader is (Joh 1,18). (...) Onze Verlosser had verklaard dat Hij de Zoon van God was (...), Hij had alles gezegd wat Hij ons moest zeggen, maar zijn apostelen hadden het niet begrepen. Zelfs in het overtuigend belijden van hun geloof onder de geheimvolle daad van de genade van God, begrepen ze nog niet alles wat ze beweerden. (...)       De woorden van onze Verlosser blijven, maar wachten enige tijd op hun verlichting; dat bewaarde Hij voor het uur van de komst van Degene die Hij zou zenden. De Geest zette zijn persoon en zijn woorden in het volle licht. (...) Blijkbaar is het pas na zijn verrijzenis en vooral na zijn hemelvaart, toen de heilige Geest is nedergedaald, dat de apostelen begrepen hebben wie bij hen was.
  • Dinsdag 24 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 16,22-34.
    In die dagen liep het volk van Filipi tegen Paulus en Silas te hoop, waarop de magistra­ten bevel gaven hun de kleren van het lijf te rukken en hen met roeden te geselen. Nadat men hun een flink aantal slagen had toege­diend, wierp men hen in de gevangenis en gaf opdracht aan de gevangenbewaarder ze streng te bewaken. Op dit nadrukkelijk bevel zette deze hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok. Rond middernacht waren Paulus en Silas in gebed en zongen Gods lof, terwijl de gevangenen naar hen luisteren. Plotseling kwam er een zo hevige schok, dat de gevangenis beefde op haar fundamenten. Meteen vlogen alle deuren open en sprongen de boeien van alle gevangenen los. De gevangenbe­waarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis open stonden, trok hij zijn zwaard en wilde zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep met luider stem: 'Doe uzelf geen kwaad, we zijn allen nog hier.' De man vroeg nu om licht, snelde naar binnen en viel sidde­rend Paulus en Silas te voet. Hij leidde hen naar buiten en zei: 'Heren, wat moet ik doen om goed te worden?' Zij antwoordden: 'Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden.' Daarop verkondigden zij het woord des Heren aan hem en al zijn huisgenoten. Nog in dit nachtelijk uur nam hij hen mee en waste hun wonden. Terstond daarna werd hij met al de zijnen gedoopt. Hij bracht ze naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor, verheugd omdat hij met heel zijn gezin nu in God geloofde.
  • Dinsdag 24 Mei : Psalmen 138(137),1-2a.2bc-3.7c-8.
    U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd. Ik zing voor U en alle hemelmachten en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom. U prijs ik om uw goedheid en trouw, want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld. Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven. Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding: de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem. Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet.
  • Dinsdag 24 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 16,5-11.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft, en toch vraagt niemand van u Mij: Waar gaat Gij heen? Omdat ik u dit gezegd hebt, is uw hart vol droefheid. Toch zeg Ik u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden. Eenmaal gekomen zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, ge­rech­tigheid en oordeel is: van wat zonde is, omdat zij niet in Mij geloven; van wat gerechtigheid is, omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet; van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"