• Zondag 25 September : Uit de profeet Amos 6,1.4-7.
    Wee u, gij zorgelozen in Sion, gij zelfverzekerden op Samaria's berg, gij notabelen van dat weergaloze volk, gij tot wie het huis Israël zich wendt. Zij liggen op ivoren bedden en strekken zich uit op hun rustbanken; zij eten de lammeren van de kudde op en de kalveren uit de stal; zij verzinnen maar liederen, bij het getokkel van de harp en denken dat hun speeltuig dat van David evenaart; zij drinken wijn uit brede schalen en zalven zich met de kostelijkste olie, maar om Jozefs ondergang bekreunen zij zich niet. Daarom gaan zij als eersten de ballingschap in, en is het gedaan met de feesten van hen die daar lui liggen uitgestrekt.
  • Zondag 25 September : Psalmen 146(145),7.8-9.9-10.
    De Heer doet altijd zijn woord gestand, verdrukten verschaft Hij recht. De Heer geeft brood aan wie honger heeft, gevangenen geeft Hij de vrijheid. De ogen van de blinden opent de Heer, gebrokenen richt Hij weer op. De Heer bemint de rechtvaardigen, de Heer beschermt de vreemdelingen. Wezen en weduwen steunt Hij, maar wie kwaad doen, richt Hij te gronde. de Heer beschermt de vreemdelingen. Wezen en weduwen steunt Hij, maar wie kwaad doen, richt Hij te gronde. De Heer is koning in eeuwigheid, uw God, Sion, heerst over alle geslachten.
  • Zondag 25 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs 6,11-16.
    Dierbare, streef naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven. Daartoe zijt gij geroepen, daartoe hebt gij de goede belijdenis afgelegd ten overstaan van vele getuigen. Ik beveel u voor het aanschijn van God die alles ten leven wekt, en van Christus Jezus die door Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd: bewaar dit gebod onbevlekt en ongerept tot de verschij­ning van onze Heer Jezus Christus, die God ons te rechter tijd zal doen aanschouwen, Hij, de gelukzalige, de enige heerser, de grote koning en de opperste heer, die alleen onsterfelijkheid bezit en woont in onge­naakbaar licht. Geen mens heeft Hem gezien of is in staat Hem te zien. Hem zij eer en eeuwige macht! Amen.
  • Zondag 25 September : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 16,19-31.
    In die tijd zei Jezus : Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging en iedere dag uitbundig feest vierde, terwijl een arme, die Lazarus heette, met zweren overdekt voor de poort lag. Hij verlangde er naar zijn honger te stillen met wat bij de rijkaard van de tafel viel. Ja, zelfs kwamen honden zijn zweren likken. Nu gebeurde het dat de arme stierf en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen. De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis. In de onderwe­reld, ten prooi aan vele pijnen, sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham, en Lazarus in diens schoot. Toen riep hij uit: Vader Abraham, ontferm u over mij en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong daarmee te komen verfris­sen, want ik word door de vlammen hier gefolterd. Maar Abraham antwoordde: Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen en op gelijke manier Lazarus het kwade; daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting, maar wordt gij gefolterd. Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat, zelfs als men het zou willen, van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen. De rijke zei: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen, want ik heb nog vijf broers; laat hij hen waarschuwen, opdat zij niet eveneens in deze plaats van pijniging terecht komen. Maar Abraham sprak: Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren. Maar hij zei: Och neen, vader Abraham! Maar als er een uit de doden naar hen toegaat, zullen ze zich bekeren. Hij echter sprak tot hem: Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden, als er iemand uit de doden opstaat.'
  • Zondag 25 September : Vaticaans Concilie II
    God heeft de aarde met alles, wat ze bevat, bestemd voor het gebruik van alle mensen en volken, zodat de goederen van de schepping op billijke wijze ten goede moeten komen aan allen volgens de regels van de rechtvaardigheid, verbonden met de liefde. Welke ook de vormen van eigendom mogen zijn, overeenkomstig de wettige instellingen van de volken en overeenkomstig de verschillende en variërende omstandigheden, altijd moet men deze universele bestemming van de goederen voor ogen houden. Daarom moet de mens, bij het gebruiker van, de stoffelijke dingen, die hij wettig bezit, niet beschouwen als zijn uitsluitend eigendom, maar ook als gemeenschappelijk eigendom, in deze zin, dat ze niet alleen hem, maar ook de anderen voordeel kunnen opleveren. Overigens heeft eenieder het recht op een deel van de goederen, dat voor hem en zijn gezin toereikend is. Dit is ook het gevoelen van de kerkvaders en kerkleraars, die leerden, dat de mensen de plicht hebben de armen te helpen, en dit niet alleen maar uit hun overvloed. Wie in de uiterste nood verkeert, heeft het recht, zich het noodzakelijke te verschaffen uit de rijkdom van anderen. Waar er zo velen in de wereld zijn, die honger lijden, dringt het heilig Concilie er bij allen, zowel bij individuen als autoriteiten, op aan om te denken aan het woord van de Vaders: „Geef te eten aan wie van honger sterft, want doet gij dat niet, dan zijt gij schuldig aan zijn dood, en om derhalve, ieder overeenkomstig zijn mogelijkheden, van hun goederen werkelijk mee te delen en deze te besteden vooral door aan individuen en volken de middelen te verschaffen, waardoor zij zich zelf kunnen helpen en ontwikkelen.
  • Zaterdag 24 September : Lezing uit het boek Prediker 11,9-10.12,1-8.
    Jongeman, geniet van je jeugd en neemt het ervan zolang je nog jong bent. Doe wat je hart je ingeeft en wat je ogen begeren. Maar besef dat God je over alles rekenschap vraagt. Zet alle zorgen van je af en houd alle kwalen van je lijf, want jeugd en morgenlicht zijn zo voorbij. Houd je schepper in ere zolang je nog jong bent, eer de kwade dagen komen en de jaren dat je zegt: het bevalt me niet meer. Eer het zonlicht verduistert, de maan en de sterren verbleken, en de wolken na de regen blijven hangen. Als het zover is staan de huisbewakers te beven en lopen de sterke mannen gebogen. De weinige maalsters die er nog zijn staken hun werk, de vrouwen aan het venster zien alleen maar duisternis. De huisdeur valt in het slot, het geluid van de molen vervaagt, het gefluit van de molen vervaagt, het gefluit van de vogels verstomt, alle tonen sterven weg. Onderweg is men overal bang voor en iedere helling schrikt af. De amandel smaakt niet langer, de sprinkhaan ligt zwaar op de maag en de kappervrucht helpt niet meer: de mens is op weg naar zijn laatste verblijf, de rouwklagers staan op straat al te wachten. Het zilveren koord knapt af, de gouden schaal breekt, de kruik gaat stuk bij de bron en het scheprad valt gebroken in de put. Het stof keer terug naar de aarde waar het vandaan kwam en de levensgeest naar God die hem schonk. IJL en ijdel, zegt Prediker, alles is ijdel.
  • Zaterdag 24 September : Psalmen 90(89),3-4.5-6.12-13.14.17.
    U doet de sterveling terugkeren tot stof en zegt: 'Keer terug, mensenkind'. Duizend jaar zijn in uw ogen als de dag van gisteren die voorbij is, niet meer dan een wake in de nacht. U vaagt ons weg als slaap in de morgen, als opschietend gras dat ontkiemt in de morgen en opschiet, en ’s avonds verwelkt en verdort. Leer ons zo onze dagen te tellen dat wijsheid ons hart vervult. Zijn dagen zijn geteld. Keer U tot ons, Heer – hoe lang nog? Ontferm U over uw dienaren. Verleen ons van nu af uw rijkste zegen laat heel ons leven gelukkig zijn. Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zijn doen.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"