26 januari 2021

  • Dinsdag, 26 Januari 2021 : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs 1,1-8.
    Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is, aan Timoteus, zijn geliefd kind. Genade, barmhartig­heid en vrede voor u vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus! Het is met dankbaarheid jegens God, die ik, evenals mijn voorouders, met een zuiver geweten tracht te dienen, dat ik uw naam noem in mijn gebeden, zonder ophouden, dag en nacht. Als ik denk aan uw tranen, verlang ik vurig u weer te zien, om weer helemaal gelukkig te zijn. En uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest, dat geloof dat eerst uw grootmoe­der Lois en uw moeder Eunike bezield heeft en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u. Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God,
  • Dinsdag, 26 Januari 2021 : Psalmen 96(95),1-2a.2b-3.7-8a.10.
    Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer alle landen. Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn naam, verkondigt zijn heil iedere dag; Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn naam, verkondigt zijn heil iedere dag; Zingt voor de Heer, prijst zijn Naam. Verkondigt van dag tot dag dat Hij ons redt. Meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wonderdaden aan alle volken. Huldigt de Heer, alle stammen en volken huldigt de Heer om zijn glorie en macht Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam En treedt met offers zijn voorhoven binnen; Zegt tot elkander: de Heer regeert. Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen, de volken bestuurt Hij met billijkheid.
  • Dinsdag, 26 Januari 2021 :
  • Dinsdag, 26 Januari 2021 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,1-9.
    In die tijd wees Jezus tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee voor twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen, waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: 'De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren tussen wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel; en groet niemand onderweg. Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens, dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet, dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere. In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.
  • Dinsdag, 26 Januari 2021 : Commentaar Vaticaans Concilie II
    Christus de Heer, de Zoon van de levende God, is gekomen om zijn volk te redden van de zonden en alle mensen te heiligen; en gelijk Hijzelf was gezonden door de Vader, zo zond Hij zijn apostelen (Joh 20,21), die Hij daarom geheiligd heeft door hun de Heilige Geest te schenken, opdat ook zij op aarde de Vader zouden verheerlijken en de mensen tot het heil zouden brengen, "tot opbouw van het Lichaam van Christus" (Ef. 4, 12), de Kerk. In deze Kerk van Christus is de paus, als de opvolger van Petrus, aan wie Christus zijn schapen en lammeren te weiden heeft gegeven, krachtens goddelijke instellingen bekleed met de hoogste volledige, rechtstreekse en universele macht, tot heil van de zielen. (...) Maar ook de bisschoppen, aangesteld door de Heilige Geest, zijn de opvolgers van de apostelen als zielenherders; en samen met de Paus onder zijn gezag hebben zij de zending om het werk van Christus de eeuwige Herder, voor altijd te doen voortduren. Christus immers heeft aan de apostelen en hun opvolgers het bevel en de macht gegeven, alle volkeren te onderwijzen, de mensen te heiligen in de waarheid en hen te leiden. De bisschoppen zijn dus door de kracht van de heilige Geest, die hun gegeven is, ware en authentieke leraars van het geloof, hogepriesters en herders. (...) Als de wettige opvolgers van de apostelen en als leden van het bisschoppencollege, moeten de bisschoppen zich altijd met elkander verbonden weten en zich bezorgd tonen voor alle Kerken, omdat krachtens goddelijke instelling en krachtens de opdracht van hun apostolisch ambt ieder van hen samen met de andere bisschoppen borg staat voor de Kerk. In het bijzonder moeten zij zich bezorgd tonen voor de delen van de wereld, waar het woord Gods nog niet is verkondigd of waar, vooral vanwege het geringe aantal priesters, de gelovigen gevaar lopen, de christelijke levenspraktijk op te geven en zelfs het geloof te verliezen. Zij moeten daarom hun gelovigen met alle kracht ertoe brengen, de werken van evangelisatie en apostolaat met ijver te steunen en te bevorderen.
  • Maandag, 25 Januari 2021 : Uit de Handelingen der apostelen 22,3-16.
    In die dagen zij Paulus tot het volk: 'Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. Ik ben een vurig dienaar van God, en u allen geeft vandaag blijk van hetzelfde. Ik heb de aanhangers van de Weg tot de dood toe vervolgd. Mannen en vrouwen heb ik gevangengenomen en laten opsluiten, iets dat de hogepriester en de hele raad van oudsten kunnen bevestigen. Ik heb van hen zelfs aanbevelingsbrieven gekregen voor onze broeders in Damascus, toen ik daarheen ging om de volgelingen van Jezus in die stad gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen, waar ze hun straf moesten ondergaan. Maar onderweg, niet ver van Damascus, gebeurde er tegen het middaguur iets onverwachts: opeens werd ik omstraald door een fel licht uit de hemel. Ik viel op de grond en hoorde een stem tegen me zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?” Ik vroeg: “Wie bent u, Heer?” En de Heer antwoordde: “Ik ben Jezus van Nazaret, die jij vervolgt.” De mensen die bij me waren, zagen wel het licht, maar hoorden niet de stem van hem die tegen me sprak. Ik vroeg: “Wat moet ik doen, Heer?” De Heer zei tegen mij: “Sta op en ga naar Damascus, daar krijg je precies te horen wat je opdracht is.” Omdat het stralende licht me blind gemaakt had, namen mijn reisgenoten me bij de hand en brachten me zo naar Damascus. Daar kwam een zekere Ananias naar me toe, een man die de wet trouw naleefde en bij alle Joodse inwoners van de stad in hoog aanzien stond. Hij ging voor me staan en zei: “Saul, broeder, open je ogen!” En op datzelfde ogenblik kon ik hem zien. Hij zei: “De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om je zijn wil bekend te maken, om de Rechtvaardige te zien en hem te horen spreken, want je zult zijn getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gezien en gehoord hebt. Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept.”
  • Maandag, 25 Januari 2021 : Psalmen 117(116),1.2.
    Looft nu de Heer, alle naties der aarde, huldigt de Heer, alle volken rondom; omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft; de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"